Reptielenbrein

Mijn valkuil ligt altijd voor me. Soms kilometers, maar soms ook maar een paar meter. Soms val ik erin. Een ander ziet mijn valkuil en loopt er langs, maar ik niet. En als ik er al langs loop, wordt er wel ergens een nieuwe gegraven. Het zijn altijd dezelfde angsten die de kop op steken. Waar een ander kan terugvechten, kan ik alleen bevriezen. Dat schijnt te maken te hebben met mijn neocortex, die slaat op slot en dan neemt mijn reptielenbrein het over. Dat brein weet slechts van vechten, vluchten of bevriezen.

Het reptielenbrein zou alleen moeten werken bij levensbedreigende situaties, maar helaas, het zit me in de weg. Nu maak ik niet echt vaak levensbedreigende situaties mee, maar in films neemt het reptielenbrein van de held het nooit over. Hij blijft met zijn neocortex nadenken, en dat redt hem. De mijne staat niet goed afgesteld en grijpt te snel in. Zo vraag ik mij regelmatig af of ik in een noodsituatie het nummer 112 kan herinneren. Ik ben bang dat ik nog steeds 06-11 intik, als ik mijn telefoon al weet te bedienen. In mijn angstdromen gaat dat altijd fout. Honderd handelingen voer ik uit, maar nooit de juiste. Of pas als het veel te laat is.

Ik denk dat ik het maar laat verwijderen, dat reptielenbrein. Normaal als het over de evolutie gaat krijg ik altijd te horen dat er binnen tien jaar al effecten waar te nemen zijn, maar dat stomme brein zit er nog steeds na miljoenen jaren. Terwijl het duidelijk is dat James Bond gered werd door zijn neocortex, niet door zijn reptielenbrein.

Jongen-meisje

Ik zat gisteren nog de ongein te lezen die ik schreef voordat Tammar geboren werd. Dat ze een jongen moest worden omdat ik eenmaal geen idee had wat ik met een meisje aanmoest. En dat toen bekend was dat ze een meisje was, ik klaagde dat mevrouw Mack zich niet aan de afspraak hield; ze zou zes zonen voor mij baren. Het was allemaal net wat minder, een meisje.

Grote onzin natuurlijk, dat wist ik toen ook al, alleen toen schreef ik die onzin nog op. Inmiddels zou ik dat zelfs niet meer doen. Want een meisje is minimaal zo leuk als een jongen, en als je een jongen en een meisje hebt is het helemaal feest. Ik ben tenminste erg gek op mijn meisje en dat is nooit anders geweest.

Maar nu moet ik wel zeggen dat mijn meisje een prachtige meid om te zien is, maar verder is ze gewoon een jongen. Ze voetbalt, ze judoot, en ze speelt evenveel met vriendjes als met vriendinnetjes. En ze vraagt voor Sinterklaas gewoon een op afstandbestuurbare auto. Die kreeg ze dan ook, mijn jongen-meisje.
radiogr

Ontspanning

Door het aardedonker loop ik ’s ochtends, voordat ik naar mijn werk ga, te wandelen met de hond. Wij noemen het “het zandpad”. Ik geloof niet dat het zandpad een naam heeft, maar je kunt er met de auto over, al zie je er zelden een auto rijden. Ik ben er in het donker ook de enige die er loopt, samen met mijn hond.

Ik zie de hond niet in het donker, pas als ze op vijf meter afstand is zie ik haar gestalte op mij af komen. Ze heeft wel een halsband met een lampje, maar ik denk er niet altijd aan die om te doen. Maar wat ik laatst ontdekte was dat als ik niet midden over het zandpad tuurde, maar meer over het weiland ernaast,  ik haar zwarte gestalte al veel eerder kon zien vanuit mijn ooghoeken. Als ik vervolgens weer focuste was ze verdwenen, en keek ik er langs, dan zag ik haar weer.

Hetzelfde verschijnsel heb ik met een aantal sterren die ik altijd “de kleine beer” heb genoemd. Ik weet intussen dat ik vroeger verkeerd ben voorgelicht, en dat het steelpannetje dat ik zo noem, niet de kleine beer is. Mijn steelpannetje geeft heel weinig licht maar is altijd te zien aan een heldere sterrenhemel. Het bestaat uit zes sterren, en als je ernaar kijkt zie je het bijna niet. Kijk je ernaast, dan is het er ineens veel duidelijker.

Voor gevorderden is dezelfde truuk er ook met het gehoor. Soms als er verschillende gesprekken in een kamer te horen zijn, en je focust je er op een, dan krijg je het niet mee. Maar soms, als je je niet focust, volg je moeiteloos één gesprek en schakel je de andere geluiden uit. Als je je best doet iets te ruiken, ruik je het veel minder goed.

Wat we hier nu uit kunnen leren? Dat als we te graag willen of te veel ons best doen, het doel uit het zicht raakt. Het geldt overal. De ronde waarin je je het meeste inspande, was zelden de snelste. Soms moet je het allemaal even naar buiten laten, het niet vasthouden, en het komt naar je toe.

Het spinnen van een kat

De wetenschap weet niet met zekerheid,

hoe een huiskat toch kan spinnen

Met niet aflatende gedrevenheid

pijnigt men het hoofd van binnen

Over het raadselachtige geluid

Het komt niet uit z’n snuit

Niet uit z’n bek of uit z’n gat

Nee, niemand snapt de kat.

 

Maar wat de wetenschap niet weet

valt buiten haar domein

Ze is een echte spinnenbeet

Als digi en analfa,  maar op katachtigenterrein.

Klepper

De huidige tijd en ik, het blijft een wat moeizame combinatie. Aan de andere kant ben ik wel blij te zien dat mijn kinderen er wel goed in lijken te passen. Ze doen aan sport, maar vermaken zich ook veel met smartphone, laptop of tablet. De fantasie van mijn generatie leek toch wat groter, al is dat een gevaarlijke uitspraak. Maar wij bouwden hutten, we achtervolgden elkaar op onze fietsen, we speelden soldaatje, we maakten kleppers, en we imponeerden de meisjes of dachten dat tenminste.

Mijn kinderen lijken alleen te voetballen. Hun fiets is een vervoermiddel. Tot mijn vreugde speelden ze gisteren in de kamer met een meisje van bijna drie. Ze verstopten zich achter de gordijnen en onder de tafel. Magische plekken voor een kind. Bij mijn oma zat ik ook vaak achter de gordijnen. Van die stevige gele gordijnen had ze. En bij ons thuis kroop ik onder de salontafel. Een vierkante houten tafel, met in het midden een schot waar je maar net onderdoor kon.

Mijn kinderen lijken volwassener dan ik. Ze hebben ook al huiswerk. Een boekbespreking heeft mijn dochtertje van acht vandaag. Misschien worden ze klaargestoomd voor de beste banen, ik weet het niet. Ze moeten straks hun mannetje kunnen staan en het is fijn dat de school mij deze zorg deels uit handen neemt. Maar ik moet toch snel eens een klepper voor ze maken, want met een klepper voelde ik mij coureur. Hoe dikker het karton, hoe beter. Ik klepte door de straat, alleen of met mijn medekleppers.

Maar ik vrees dat Hans dat al te kinderachtig vindt, een klepper. Hij is natuurlijk ook al elf, maar ik had zeker tot mijn zeventiende een klepper, en later zelfs een zestienklepper. De onderlinge verhoudingen liggen ook heel anders. Mijn ouders waren ouders en wij waren kinderen, dat waren grotendeels gescheiden werelden. Mijn kinderen en ik leven in dezelfde wereld. Soms moet ik even optreden, maar meestal zoek ik in de krochten van mijn geheugen naar hun schoenen, die ik ooit zelf aan had en probeer ze overbodig klein leed te besparen.

 

 

Mr. Perfect.

Het is niet zo dat ik een hekel aan deze man heb, maar dat ik hem mag gaat me ook weer te ver. Eigenlijk irriteert hij mij. Volgens Linda ben ik jaloers, maar dat is natuurlijk onzin. Ik hou gewoon niet van dat populaire gedoe, en van dat met je hoofd op de maat beginnen te knikken als je muziek hoort, om aan de wereld te laten zien dat je ritme hebt. Wat-ie helemaal niet heeft trouwens. Doet verdorie net of hij John Travolta is, maar komt nog niet eens in de buurt. Wat zou z’n vrouw ervan zeggen als hij ’s avonds thuis komt vraag ik mij af. “Moest je je weer uitsloven op tv, stijve hark?” En dan zo’n rondje dansen op het laatst en in je handen klappen alsof je in je comfortzone zit, gadverdamme.

Schijnt dat-ie ook nog gestudeerd heeft. En altijd met z’n dure pakkies aan. En z’n gemaakte mimiek. Zogenaamd verschrikte gezichten trekken bij schokkend nieuws, wat-ie gadverdamme allang gehoord had toen de camera er nog niet bij was. Mr. Perfect! Bah! Heb hem één keer in het echt gezien, bij PSV was dat. Kon weer een paar stuivers bijverdienen met een gastoptreden, deze Ajacied. Met z’n dure Audi A6. Ook al zo’n auto waar je niks mee kan. Getuigt van weinig lef en originaliteit. Ja, over de vluchtstrook rijden langs een file, dat kunnen ze goed. Nee, deze man had gewoon Studio Sport moeten blijven presenteren, dan was er niks aan de hand geweest.

Pleidooi voor herinvoering van het duel

Ik heb de laatste tijd nog al eens woorden met diverse mensen.  Mensen die het niet eens zijn met het feit dat je je mening geeft, want in mijn geval gaat het daar steevast om. Nu dring ik mijn mening zelden op, tenzij er aanleiding is om hem te spuien, bijvoorbeeld als een ander zijn mening geeft.

Het probleem met mijn mening is dat ik hem zelf niet al te serieus neem. Ik ben nergens echt van overtuigd, en van zaken die niet vaststaan al helemaal niet. Die laat ik dus liever in het midden. Of open, is een beter woord. Zodat er nog ruimte is voor een ander. Ik heb dat kennelijk ooit zo geleerd, en ik probeer nooit iets keihard kapot te redeneren. Tenzij het iets is wat tegen mijn eerste of tweede natuur ingaat. Dan moet je denken aan bijvoorbeeld kernwaarden in het leven die door erfelijk materiaal van ouder op kind overgaan, of die je simpelweg hanteert omdat je ze gezien hebt bij mensen die je bewonderde. Of omdat je gevoel je dat zo ingeeft, of wat de reden ook mag zijn.

Dat kapot redeneren, daar hebben steeds meer mensen last van. Het is altijd de zelfbenoemde intellectuele elite die dat doet, en die kennelijk niet goed met de weelde van een behoorlijke intelligentie om kan gaan. Ze kunnen een ander niet in z’n waarde laten, en kunnen het niet laten door middel van een verbetering de aandacht op zichzelf te vestigen. Het wordt dan vooral negatieve aandacht, want degene die kapot geredeneerd wordt zit daar niet op te wachten. En terecht, want tenzij je leraar of ouder bent, dient het vaak niet meer dan ter meerdere eer en glorie van zichzelf. Ik ben bang dat Wikipedia ondanks haar goede intenties medeschuldig is aan de toename het kapot redeneren, omdat men nu toegang heeft tot informatie die men niet begrijpen kan.

Men verwart de eigen politieke boodschap nogal eens met een wetenschappelijk feit. Soms vraag ik mijzelf wel eens af of de Wikileken wel geïnteresseerd zijn in de waarheid als kritiek hun mening niet ondersteunt. Want pas door kritische vragen te beantwoorden kom je er dichterbij. Een mens in Nederland lijkt niet meer vrij om zijn mening te geven. Nogal snel wordt men door de Wikileek tot facist bestempeld, terwijl je daar vijftien jaar geleden echt veel meer moeite voor moest doen.

Overigens vind ik Wikipedia echt prima. Ik ben zelf ook een Wikileek en heb zelfs een gift naar ze gedaan. Heel prettig dat je snel kunt iets kunt opzoeken. Maar het maakt je nog geen deskundige, en al helemaal geen alwetende, en daarom alleen al zou je je plaats moeten weten in een discussie. Maar meer nog omdat discussiëren leuk is en het doel niet het halen van het gelijk is, maar het horen hoe een ander erover denkt. Bovendien neemt niemand iets aan van iemand die kapot redeneert. Maar misschien is het beter als we elkaar in het geval van een meningsverschil weer uitdagen tot een duel. De uitgedaagde mag de wapens kiezen. En wie wint, die had gelijk.