Afgezant

Toen mijn vader ziek was en nog streed voor zijn leven was hij onder behandeling in het Dijkzigt ziekenhuis in Rotterdam. Een fabriek waar men destijds kennelijk het beste kon bieden op het gebied van medische wetenschap. Toch ging het daar goed mis, op meerdere vlakken. Geen goed bed voor mijn vader die ook rugpatiënt was, zodat mijn moeder met zijn speciale matras naar Rotterdam moest sjouwen en zelf maar moest zien hoe die matras op mijn vaders kamer kwam. Mijn vader en moeder hadden er een keer een afspraak op maandagochtend om acht uur. Mijn moeder had al geprobeerd of het later kon want ze wist niet hoe ze het moest redden om op die tijd daar te zijn en ons naar school te brengen. Ze had gevraagd of ze kon ruilen met iemand die uit de buurt kwam, maar het ziekenhuis was onvermurwbaar, acht uur maandagochtend. Toen ze daar zaten werden ze om half negen ontvangen. De behandelend arts zei alleen maar dat hij niks meer voor mijn vader kon doen, waarop mijn vader moest huilen en hij een laagje water in een plastic bekertje kreeg. Een kwartier later konden ze weer naar huis. Geen goed woord heeft mijn moeder over voor het Dijkzigt ziekenhuis, maar wat een verademing dat ze later aan de VU terecht kwamen bij professor van der Meer. Een ziekenhuis op gereformeerde grondslag en of het daarmee te maken had weet ik niet, maar iedereen leek er veel vriendelijker. Menselijker. Dat gold in het bijzonder voor de professor die mijn vader uiteindelijk heeft geholpen bij de zachte dood. In 1985 lag dat nog moeilijker dan nu, en zeker in een gereformeerd ziekenhuis. Vijf artsen moesten het ermee eens zijn, en omdat mijn vader had gezegd dat hij niet wilde dat zijn kinderen hem nog verder moesten zien aftakelen dan hij op dat moment al afgetakeld was, kreeg hij ze mee. Hij woog nog maar net meer dan veertig kilo (1,85) dus veel meer dan twee weken zou het niet geduurd hebben.

De recherche kwam later bij ons aan de deur om te checken of aan alle regels voldaan was, een Amerikaanse filmploeg is bij ons thuis geweest om een uitzending te maken over euthanasie, maar achteraf denk ik om Nederland in een kwaad daglicht te stellen, en mijn moeder had het privé telefoonnummer van de professor gekregen. Ze is later op zijn uitnodiging nog naar een lezing van hem geweest omdat daar onder andere “haar geval” aan de orde kwam. Een man op wie ze enorm gesteld was. Een verlosser in zware tijden.

Dit allemaal heb ik niet uit eigen ervaring verteld. Het zijn de verhalen van mijn moeder. Wij werden angstvallig buiten dit alles gehouden destijds. Wij mochten een week van school blijven maar daarna moesten we weer door. Wat ik wel uit eigen ervaring weet is iets wat mijn moeder ook ervoer toen ze na het overlijden naar huis werd gebracht. De wereld draaide gewoon door, niemand bekommerde zich om wat er zich zojuist had afgespeeld. Ik vond het ook vreemd dat er destijds op het journaal geen melding van werd gemaakt. Of misschien meer dat er van andere zaken wel melding werd gemaakt.

En zo gaat het sinds die winterdag in 1985 nog elke dag. Elke dag is er diepe ellende ergens in Nederland, en we hebben er geen weet van. We hoeven er ook niet bij stil te staan, dat is een onmogelijke opgave en het dient ook nergens toe, maar het laat zo duidelijk zien dat ellende relatief is. Relativeren, dat hoorde ik vaak. Ik heb het in de loop der jaren wel enigszins geleerd, maar ik wind me soms nog steeds op over kleinigheden. Mensen die je het gevoel geven dat je er niet alleen voor staat in zware tijden, zoals de professor, ze vallen niet op want het zijn stille helden. Maar als je er ooit mee in contact gekomen bent, met zo’n te hulp schietende afgezant van God, ja dan kun je volgens mij niet anders dan de boodschap voort te zeggen. Dus doe ik dat maar.

Advertenties

10 reacties op “Afgezant

  1. Jolie schreef:

    Mack, wat kun jij toch vreselijk goed onder woorden brengen wat een ander in flarden denkt, voelt, zich afvraagt, en nooit goed recht achter elkaar en begrijpelijk zou kunnen verwoorden…! *Chapeau*

  2. Mack schreef:

    Dank je. Blij mee. 😉

  3. rob hamilton schreef:

    Wij zitten er ook midden in, zijn op weg in dit proces, dat tot nu toe steeds verlicht is door al die stille helden die wij ook tegenkomen en gelukkig meer dan we ooit verwacht hadden. Lichtpunten noem ik het, die het leven momenteel draaglijk maken.

  4. Margo schreef:

    Ik heb die ervaring ook met het Dijkzicht. Mijn vader kreeg in 1982 een hersenbloeding en heeft daar een aantal weken gelegen. We kregen weinig informatie, moesten steeds op zoek naar een arts die iets kon vertellen en uitleggen. Hij kon niet goed slikken maar kreeg vreselijk taaie vleeswaar op zijn brood. Wij sneden dat als we er waren in kleine stukjes. Een jaar of twee later lag ik zelf in dat ziekenhuis voor een operatie en had nergens klachten over. Mijn arts had geduld, gaf alle informatie. Het scheelt een slok op een borrel als je mensen om je heen hebt die zich betrokken tonen en wat angst kunnen wegnemen of verzachten.

  5. Laurent schreef:

    Voor sommige mensen in het medische vak worden patiënten gewoon werk, en gaan ze ze ook zo behandelen. En ik begrijp ook wel weer hoe dat gebeurt, want je kunt niet elk geval je laten aangrijpen zoals dat van een goede vriend je zou aangrijpen, dan kun je het niet volhouden. Ik zou niet weten hoe dat goed te doen eigenlijk, en des te meer te waarderen is het dan inderdaad als je mensen treft die dat wel kunnen.

  6. Fien schreef:

    In de Volkskrant van zaterdag staat een special over kanker, daarin o.a. een interview met een longarts die na 12 jaar werken ermee gestopt is. zij kon er niet meer tegen dat 70 of 80 % van haar patienten binnen een jaar dood was.. Al die diagnoses. En je gevoelens wegstoppen om te overleven. Volgens haar kan geneeskunde bedrijven heel ontmenselijkend werken.

  7. Ximaar schreef:

    Je verslag beschrijft vooral hoe het toeging rond die tijd. Laurent merkt al terecht op dat een aantal zorgverleners van grote instellingen het idee had dat zij niet goed konden functioneren als ze zich de persoonlijke omstandigheden van elke patiënt zouden aantrekken. Dat is daarna in ziekenhuizen beter geworden. Ons regionale ziekenhuis had op dat gebied ook een slechte naam en tegenwoordig niet meer.

    In het geval van je vader kwamen daar nog een aantal zaken bij als zijn jonge leeftijd en hoe je moeder verder moest met jonge kinderen. Afstandelijkheid van ziekenhuismensen komt dan dubbel zo hard aan.

    Waar je niet over schrijft is de rol van de huisarts. Eigenlijk zie ik die nog steeds als de persoonsgebonden projectleider. Dwz in ziekenhuizen zijn geen artsen die zich voor de patient als persoon (met een gezin) inzetten. Zij zijn specialistisch en taakgericht. Ik weet niet beter dan dat een huisarts een rol heeft om het geheel te blijven overzien. Wij hadden 30 jaar een prima huisarts die ondankts zijn praktijk met 5000 mensen ook tijd vond om regelmatig ‘zijn’ patienten in het ziekenhuis te bezoeken en na te gaan of zij meer steun nodig hadden op sociaal en psychologisch gebied.

    Ik heb de indruk dat ook rond de 80’er jaren deze rol door huisartsen minder werd opgepakt, maar dat die niet door anderen in bijvoorbeeld een ziekenhuis werd over genomen.

    Toen mijn moeder overleed ging het goed mis met de huisartsen. Dwz ze was er erg slecht aan toe en was thuis met een afspraak met een ziekenhuispecialist. Toen ze overleed gebeurde dat ’s nachts en de huisarts die de nachtdienst had, had (achteraf gezien gaf hij dat toe) zijn telefoon er naast gelegd omdat ie al teveel op pad was geweest. Het personeel in het ziekenhuis wilde de afspraak van de specialist niet nakomen als er niet eerst een huisarts langs ging. Vervoeren van mijn moeder had zij overigens ook niet overleefd. En onze jonge huisarts die we nog maar een paar jaar hadden had zich destijds onder zijn collega’s erg inpopulair gemaakt. Hij wilde vrijwel geen nacht- en weekenddiensten draaien en richtte zich vooral op zijn veel lucratievere functie in een sportcentrum. De overgebleven huisartsen op het dorp werden daardoor overbelast.

    Je staat dan ook redelijk machteloos, maar we wisten ook dat mijn moeder anders ook was overleden. Toch gaf het een rotgevoel en heb ik een pittige brief geschreven aan de specialist. Pas veel later begreep ik dat de fout deels bij hem en het ziekenhuipersoneel lag, maar nog meer bij de verstoorde huisartsensituatie op ons dorp.

  8. Mack schreef:

    Mijn ouders hebben in die tijd een andere huisarts genomen. De nieuwe ging een stuk beter, maar ik weet ook dat de huisarts het het vorige dorp nog een keer is langsgeweest in het ziekenhuis. Die we toen dus al niet meer hadden.

  9. Laurent schreef:

    Dingen dringen altijd maar geleidelijk tot me door; maar op zeker moment realiseerde ik me wat ik gelezen had: veertig kilo met 1,85 meter; dat is mijn lengte, en ik was idioot dun als puber (op die lengte) maar zelfs ik woog nog 63 kilo… Hij heeft het heel lang volgehouden dus. Mijn vader overleed juist op het moment dat het echt heel naar zou gaan worden, maar hij had toen ook al twee volwassen kinderen, dat maakt heel veel uit denk ik. Dat je weet dat het kan.

  10. Mack schreef:

    Ja, 43 kilo. Ik kan het zelf haast niet geloven, maar dat heb ik altijd onthouden. Het wit van zijn ogen was geel geworden, het was helemaal niks meer. En toch, ook op dat moment was hij nog bezig met zijn enige zorg, ons. Het is heel zonde dat hij maar 40 jaar werd, maar daar heb je helaas niks over te zeggen. Of misschien maar gelukkig.

Zegt u het maar

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s