C’est ça

Mijn moeder had wat oude schoolboeken van mij gevonden. Franse les, vanaf Mavo 2. Ongelofelijk wat ik toen al leerde. Volzinnen in het Frans, ik zou het nu amper meer kunnen. Ik ben ze weer aan het lezen, avec plaisir deze keer, terwijl het vroeger een verplichting was. Een doffe ellende, dat Frans, hoewel ik er met name door de vakanties wel aardig bedreven in raakte.

Nu heb ik weer de kans het op te halen. Het irriteert mij al jaren dat het zo is weggezakt. Zeker als ik in Frankrijk mijn mond open doe, begin te praten en tot de ontdekking kom dat ik geen werkwoord meer weet te vervoegen. Als ik nu begin, ben ik nog op tijd voor van de zomer. Ik zal de boel eens even versteld doen staan over vier maanden. Als ze tenminste niet in het Engels terug gaan praten, zoals de Fransen de laatste jaren steeds meer doen als ze je gehakkel niet meer aan kunnen horen.

Had ik vroeger maar zoveel interesse gehad in schoolboeken, dan zou ik nu zeker drs. Mack geweest zijn. Maar nee, ik moest zo nodig alles afraffelen. Hoe sneller klaar, hoe beter en na het proefwerk gelijk alles weer vergeten. Mijn Engels is wel weer stukken beter geworden sinds mijn laatste baan. Ik heb zelfs een baan gehad waarin mijn Duits werd uitgedaagd, maar die baan hield ik maar een maand vol. En sinds ik blog is mijn Nederlands ook weer op orde. Dus dat blijf ik maar doen.

c'est ca

Platenspeler II

De platenspeler is inmiddels aangesloten op een versterker, en ik heb luidsprekerboxen opgehangen in de huiskamer. Vanavond zette ik de schreeuwers van RTL7 uit, en een elpee op. Geen goed Nederlands, ik weet het, maar ik kon deze niet laten liggen. Het was een plaat met diverse artiesten en het klonk zoals de jaren zeventig klonken. En warempel, ik had ineens ook het gevoel van de jaren ’70. Die opgehangen boxen, Crystal Gayle uit de speakers, de als een ouderwets apparaat vermomde soundbox, ik had even het idee dat het een zaterdagavond in 1979 was in plaats van een maandagavond in 2016. Dat alleen al is een prestatie.

Wat ik ook nog even kwijt moet is dat ik gisteren in bed weer de leesbril af moest zetten om prettig te lezen. Ben onlangs wel weer een jaartje ouder geworden, maar ik doe gewoon net of ik de andere kant op ga. Het was overigens een enorm spannend boek. “Ik ben Pelgrim” heet het, het is 700 pagina’s dik en er wordt naar een ontknoping toegewerkt die zo spannend is, dat ik het boek op een vrijdagnacht om kwart voor twee uit had, terwijl ik de volgende ochtend vroeg weer op moest. Een Amerikaanse geheim agent, die tijdens een ondervraging met waterboarding en hamerslagen blijft volhouden dat hij slechts een FBI agent is en dat hij niet weet waar de ondervrager het over heeft. En ineens weet hij de rollen om te keren en is hij ondervrager in plaats van ondervraagde, zijn beul verbluft achterlatend. Zo ontzetten goed beschreven, dat moment van de ommekeer. Hoe hij het tij weet te keren moet u natuurlijk zelf gaan lezen.

Vannacht gaan Trump en Clinton elkaar te lijf. Wie het debat wint, wordt president zeggen ze. Zal vast niet waar zijn, getuige het feit dat ze ook nog verkiezingen houden. Het zal mij benieuwen, morgenochtend. Ik gok op Trump. Maar ja, dat hebben die gekke Amerikanen dan geheel aan zichzelf te danken.

Vermoeid

Ik las een paar weken terug een boek van Jari Litmanen waarin hij schreef dat hij aan het einde van een bepaald seizoen doodmoe was. Dat hij zich pas na twee weken vakantie weer een beetje uitgerust voelde. Ik vond dat een beetje overdreven. Je krijgt tenslotte elke nacht rust. Maar nu, na al een aantal weken bezig te zijn in huis, weliswaar onderbroken door mijn werk, voelde ik vanochtend de vermoeidheid in mijn lijf.

Nu had ik gisteren 10 uur en 50 minuten nodig om een Ikea Pax kast in elkaar te zetten, dus dat hakte er wel in. Ik verlies vooral veel tijd met het constant zoeken naar mijn gereedschap, dat elke keer weg is. Het eindresultaat mag er gelukkig zijn, en mevrouw Mack is er helemaal blij mee. Maar vandaag moesten we weer verder met het gereed maken van de slaapkamers van de kinderen. Al maanden slapen ze bij elkaar, omdat we een kamer nodig hadden als opslagruimte. Nieuw behang, nieuw verfje, nieuwe vloerbedekking, nieuwe meubels, alles nieuw. Het was ook hoognodig, na 14 jaar in dit huis.

Nu ligt er boven vloerbedekking, en dat is wel zo fijn lopen als je net je bed uit komt. De kinderen hebben weer een eigen kamer, en langzaam begint het er weer op te lijken. Morgen even iets rustiger aan, want de vermoeidheid zit in me. Ik kan me niet herinneren dat ik dat ooit eerder heb gevoeld, maar ik ben dan al ook al bijna 47. Jari was pas achter in de twintig. Wat dat betreft zou ik profvoetballer moeten zijn geworden. Tot mijn 47e niet moe te krijgen.

 

Vergeving

Ben gewoon te moe om te schrijven. Tenminste wel voor een samenhangend en interessant logje. Dat ligt er uitsluitend aan dat het laat is en ik wat ouder word. Als je ouder wordt, moet je eerder naar bed en wat vaker plassen. Zelfs het verhaal over onze hond die vermoedelijk vergiftigd is -het gaat nu weer prima met haar- wat ik net poogde te schrijven, kreeg ik niet op een goede manier op papier. Het werd te vaag. Nou ja, misschien is ze helemaal niet vergiftigd, maar kregen twee andere honden uit de buurt toevallig precies dezelfde verschijnselen na het eten van rondgestrooide balletjes. (boilies) We zijn weer 100 euro armer na twee bezoekjes aan de dierenarts. En die maakte twee keer toe een foute diagnose, want de hond zou pijn in zijn rug hebben.

Nu kunnen honden niet praten, maar rugpijn leek mij vergezocht. Bovendien maakte de hond af en toe een beweging waarvan ik zeker wist dat iemand met rugpijn die niet maakt. Ter verdediging van de dierenarts vertoonde ze ook wel raar gedrag voor een vergiftiging. Want op drie poten gaan lopen staat toch niet beschreven als het eerste symptoom van vergiftiging.

Nou ja, nu ik in de eerste zin aan mijn onmacht toegaf, – ik ben te moe- lukt het nu ineens wel. Dat zouden we vaker moeten doen, toegeven aan onmacht. Ik voelde gelijk hoe u mij vergaf, en dat was al genoeg. Kan ik nu eindelijk gaan slapen, op deze vaderdag, 19 juni.

Last time to see me before I die

John Cleese trad gisteren op in Carré. Wij waren erbij. Het was de laatste keer dat we hem konden zien voor hij dood zou gaan. Zo heette zijn show. Ik was nog nooit in Carré geweest. Ook niet in het Amstelhotel trouwens. Ziet er geinig uit. Van buiten dan, van binnen heb ik het nog nooit gezien. Carré is erg mooi, maar toch had ik nog meer verwacht. Waarschijnlijk door alle artiesten die het erover hebben. Nou ja, het mocht de pret niet drukken. John Cleese is inmiddels een oude man, maar met nog dezelfde opvattingen als altijd. Hij vertelde over zijn leven en zijn carrière, voor de echte fan was er veel achtergrondinformatie. Ik ben geen fan van het eerste uur, ik heb bijvoorbeeld Monty Python’s Flying Circus compleet gemist. Ik geloof ook niet dat ik het in die tijd leuk gevonden zou hebben.

Maar daar stond toch wel even John Cleese op het podium. De man die door velen aangemerkt wordt als de koning van de absurde humor. En ik was erbij, ik heb hem gezien. Op een gedenksteen stond: John Cleese 1939-201? Hij gaat er kennelijk vanuit dat hij niet lang meer heeft. Ik zou het lot zo niet durven tarten, ik zou er 20?? van gemaakt hebben. Misschien wel 2??? Ik bedoel, er moet toch iemand de eerste zijn die 131 jaar wordt.

Bij de kapper

Naar de kapper gaan, altijd fijn. Je gaat er niet alleen beter van uitzien, het is ook lekker ontspannend. Lekker aanhoren wat de dames te vertellen hebben, ik hou er wel van. Ik vertel zelf nooit zoveel, tenzij mij iets gevraagd wordt. En daar kun je op wachten bij de kapper. Ik heb nog nooit een kapster meegemaakt die niet opende met een vraag die je andersom nooit zou durven stellen uit angst dat ze denkt dat je haar probeert te versieren.

Ik moest een poosje wachten en las de Panorama. Nou ja, lezen is een groot woord. Een beetje bladeren in de hoop op een knappe vrouw. Persoonlijk hou ik meer van een leuke vrouw dan van een knappe. Een leuke vrouw heeft een onweerstaanbare lach, zo’n lach die zich in een geheugencel nestelt om nooit meer te verdwijnen. Maar die vind je niet in de Panorama. Behelpen is het. Schaars geklede meiden van in de twintig die met een hoop make-up zijn opgeleukt, maar die met zo’n gemaakte, door de fotograaf gevraagde, blik in de lens kijken. De bedoeling is dat het instinct van de primitieve man geprikkeld wordt.

Ik las een ingezonden brief van een man die een hekel had aan Guus Hiddink. Want Guus had zijn EK verpest. Dit soort berichten heeft mij vaker bereikt. Mannen die zwaar de pest in hebben omdat Nederland niet meedoet met het EK. Mij persoonlijk doet het niks. Er valt toch geen eer te behalen op een EK. Het is als de zilveren medaille bij de Olympische spelen. Je kunt tien keer het EK winnen, da’s altijd nog minder dan één WK. Afgezien daarvan vind ik het ook een beetje treurig als je zomer afhangt van een geslaagd EK. Maar goed.

Ik was aan de beurt. Een alleraardigst bescheiden meisje dat mij al vaker geknipt heeft. Of ik nog wat leuks ging doen dit weekend. Nou nee. Het is momenteel verstand op nul en blik op oneindig. En volhouden tot zondag. Zondag is warempel een rustdag geworden voor mij. Ik hoef slechts te strijken morgen. Heerlijk.

De kans op succes.

De dag begon met een slecht voorteken. Er zat een enorme hoeveelheid vogelpoep op mijn voorruit. Ik hoorde mezelf denken: “dit wordt een schijtdag.” Op mijn werk aangekomen leek het ook een schijtdag te worden. Ik had sales weer tegen me in het harnas gejaagd, en goed ook, want ze moesten het escaleren. Zo heet het in het bedrijfsleven als je er iemand bij haalt omdat je het niet meer kunt winnen. Dus ik zag een e-mail naar allerlei hoge pieten gaan, en om eerlijk te zijn, kneep ik hem wel een beetje. Totdat ik bedacht dat ik best wel sterk stond omdat ik in het bedrijfsbelang handelde, en sales in eigen belang. De zaak loopt nog, ik vermoei u er verder niet mee. Maar ik had lichte zweetplekken onder mijn oksels.

’s Middags was een zogenaamd event waar altijd een spreker uitgenodigd wordt. Omdat ik de doelgroep van het event ben (finance, red.) is mijn advies gevraagd en opgevolgd. Ik had niet zo’n zin in de zoveelste positivo die ging vertellen dat we het helemaal anders moesten gaan doen, dus ik had gekozen voor een lange afstandszwemmer die Olympisch goud heeft gewonnen in Peking. Laten we hem Maarten noemen. Ik had Maarten niet voor niks uitgekozen. Ik kende hem al van tv, en vond hem interessant. Zijn wiskundige achtergrond, zijn ziekte, zijn lichte stotter, en zijn nuchtere kijk op zaken. De kans op een lulverhaal was nihil.

Mijn collega had hem al verteld dat ik hem had uitgekozen dus toen ik aankwam heb ik hem even aangesproken en succes gewenst. Na een plichtmatige speech van onze directeur kwam Maarten. Hij vroeg het publiek wie in de zaal een echte droom had en die met hem wilde delen. Na lang aarzelen was er iemand die een berg boven de 8000 meter wilde beklimmen. Maarten ging er even op door en vroeg toen wie er geen dromen had. Ik moest mijn vinger wel opsteken, omdat mijn collega’s dat gewoon van mij verwachtten. Ik was ook de enige, dus Maarten vroeg waarom ik geen dromen had. Omdat ik het wel prima vond zo, antwoordde ik en ik zou wel zien waar ik over vijf jaar zou zijn. Vervolgens vroeg hij aan de zaal wie er vond dat succes maakbaar was. Zeker driekwart stak zijn hand op. En toen vertelde hij zijn verhaal.

Het werd een prachtverhaal, met een komische wisselwerking tussen zijn ambitieuze zwemvriend Pieter en zijn oplossingsgerichte trainer Marcel enerzijds, en de nuchtere, niet ambitieuze Maarten anderzijds. Hij zou wel zien. Hij wees een paar keer naar mij, omdat hij van mening was dat juist als je je situatie accepteert je daarmee je kans op succes vergroot. Alleen kon hij het logisch verklaren, en ik nu niet meer, hoe ik er ook over nadenk. In elk geval, na afloop zei ik triomfantelijk tegen mijn sales collega, “ik zal wel zien, mijn kansen op succes zijn het grootst.”

Bij het buffet bleek dat al gelijk. Ik zei tegen de kok dat het er goed uitzag, waarop hij antwoordde dat ik er ook goed uitzag. Ik wist met de situatie geen raad, keek hem snel aan en lachte vluchtig om zijn compliment. Maar ik zag dat hij het meende, en ik zag ineens dat hij homo was, hoewel het schijnt dat dat niet aan mensen te zien is. Het was voor hem kennelijk een teken en hij zocht daarna nog een paar keer oogcontact met mij. Ik voelde mij zeer ongemakkelijk, maar wilde er ook geen punt meer van maken in 2015. Ik denk dat ik maar wat ambitieuze doelen ga stellen, om zo mijn kansen op succes weer wat te verkleinen.