De druk van de vrijheid

Mijn eerste auto was een Fiat Panda, en ik was er blij mee. Geen ABS, geen centrale vergrendeling met afstandsbediening, geen elektrische ramen, er zat meer niet op dan wel. Deze week reed ik een Renault Twingo, vergeleken bij de oerpanda een hotel op wielen, maar wat een ramp. De totale zit is uit verhouding. Ik zat op 1 meter hoogte en mijn armen waren net te kort om het stuur te bereiken als ik met mijn benen goed zat. Als ik wilde inhalen moest ik minimaal een kwartier van te voren de manoevre gaan inzetten en vast richting aangeven.

Het was dan ook een echte bevrijding toen ik vanochtend mijn eigen auto weer kon ophalen. In het Twingootje verveelde ik me te pletter onderweg, in mijn eigen auto is veel meer te doen. Over bevrijding gesproken, ik geloof al die bevrijdingsfestivals niet. Gewoon niet. Gewoon een feestje, zoals tegenwoordig elke gelegenheid wordt aangegrepen om feest te vieren, maar de vrijheid vieren, ik geloof er niet zo in. Misschien mijn zwarte inslag.

Vrijheid brengt ook veel ellende met zich mee, namelijk dat anderen mogen doen wat jij niet leuk vindt. Zoals al die verrekte buitenkookfornuizen voor mannen, of hoe die dingen ook heten. Ik heb het gevoel dat je er niet meer bijhoort als je niet zo’n ding in je tuin hebt en met een schort voor loopt. Mij stoort het mateloos, de foto’s op facebook van weer zo’n blije vent met een schort een een gasfornuis in de tuin. Het boezemt me ook angst in. Straks wordt dat ook van mij verwacht. Witte wijn, pesto en wat olijven erbij, en ik hoor er helemaal bij. En dat is wat ik eng vind aan vrijheid. U denkt misschien dat ik vrij ben om geen buitenkooktoestel te kopen, pesto of olijven te happen, maar zo is het niet. Het is de druk van de vrije maatschappij die ik voel om een moderne man te worden.

Geland.

Het is de laatste tijd zo dat ik een verschil van inzicht heb met mijn omgeving over mijn plaats in het leven. Ik vind hem zelf soms uitermate beroerd, terwijl anderen zeggen dat ik een luxeprobleem heb. Ik kan er nog niet teveel over uitweiden, maar het geeft onrust, en als er iets nodig is in het leven, dan is het rust en stabiliteit, behalve dan voor de mensen die zich wereldburger noemen, die hebben dat niet nodig.

Ik kijk naar debatten in het lagerhuis van Paul Witteman en moet constateren dat ik me niet thuis voel bij de schreeuwers die er zitten. Vroeger was Henk Bres de ergste, nu kakelt alles door elkaar heen, en alles valt elkaar aan. Ik doorzie de trucjes en ik hou er niet van. Met het lijsttrekkersdebat van gisteren zag ik hetzelfde. Men bedient zich van trucjes en probeert de ander uitspraken te ontlokken. Ik trap er niet in.

Ik weet overigens al wat ik ga stemmen, ik ben zojuist keihard geland. Ik hou er mee op, wat mijn betreft zijn alle debatten in de komende twee weken zinloos, ik ben klaar. Geen zwevende kiezer meer. Waarom zou je er ook lang over nadenken? Doe de kieswijzer, kijk of de uitkomst je bevalt en stem. Kun je de rest van je tijd beter besteden. Mensen die hun tijd goed besteden, worden toch al steeds zeldzamer.

Nederland, mijn vaderland.

Ik herken mensen die proberen te scoren en daardoor maar wat loos idealistisch gezwets de lucht in slingeren. Daarom kijk ik maar niet naar het lijsttrekkersdebat. In plaats daarvan verdiepte ik mij in een aflevering van Zembla, waarin het Nederlandse belastingklimaat werd aangevallen door onder andere Obama. Die noemde Nederland een belastingparadijs tot grote ergernis van Wouter Bos en Jan-Kees de Jager, die vervolgens druk hebben uitgeoefend op het Witte Huis, en vreemd genoeg heeft dit geleid tot het verwijderen van alle bij naam genoemde landen op de lijst. (Ned, Ier, Bermuda) In plaats daarvan sprak het Witte Huis slechts over belastingparadijzen.

Obama was niet de enige, hij had steun van enkele binnenlandse en buitenlandse belastingdeskundigen. In de Tweede Kamer bracht iemand aan de orde dat Nederland een belastingparadijs zou zijn, die vervolgens vakkundig de mond werd gesnoerd en door de voorzitter gemaand werd zijn woorden terug te nemen. Belastingparadijs, ontkenning en monddood maken van tegenstanders. Dat is ook Nederland.

Even daarvoor zag ik een item over de monopoliepositie van de pharmaceutische industrie, die veel te hoge prijzen rekende voor kankermedicijnen. En ik altijd maar geloven dat we het hier zo goed doen. Maar als dit zelfde item over Rusland was uitgezonden, had ik gezegd: zie je wel!

 

Triumph

Oei, de tijd gaat snel als de liefhebberij een obsessie aan het worden is. Alweer een week geleden. Ik ben aan het zoeken naar een andere auto, en ik schiet van het een naar het ander. Eigenlijk heb ik nog geen idee. Ben er nog niet eens uit of het benzine of diesel gaat worden. Ik weet nog niet of het het hoofd of het hart gaat worden. Het moet een combinatie worden, maar in welke verhoudingen is nog de vraag.

In de tussentijd hebben we een nieuwe Amerikaanse president. Nou ja, “we”. We hebben helemaal niks, de Amerikanen hebben hem. Ik geloof niet dat we er hier veel van zullen merken, maar een eikel is het wel. Wat een contrast met Obama! Zijn overwinningsrede vond ik veel beter dan zijn inaugurele rede. Wat een prietpraat en wat een trap na naar Obama. Alsof die het land in volledige staat van verval heeft achtergelaten. En wat denkt zo’n man nou? Dat omdat hij een “businessman” is, hij wel weet hoe je een land moet leiden? Dat het zo simpel is allemaal? Deze man gaat er nog wel achterkomen. Zijn uitstraling en zijn voorkomen zijn volkomen verkeerd en niet presidentieel. Ik geloof nog geen vijf van de tien woorden die hij zegt. En dan steeds die afwisseling tussen het wijsvingertje, en de duim en wijsvinger op elkaar, het lijkt echt helemaal nergens op.

Het beste wat deze man ons naar mijn mening kan gaan brengen is het collectieve besef dat er niet op dit soort macho’s gestemd moet worden. Macho’s, daar heb je echt helemaal niks aan. Verstand, bescheidenheid en  moed, dat is de gouden combinatie, ik geloof dat Trump er één van de drie heeft, de laatste, hoewel het wel zo is dat als je niet zoveel verstand hebt, het een stuk makkelijker is om moedig te zijn.

Ondertussen relt men er in Amerika lustig op los, omdat men het niet eens is met de verkiezingsuitslag. Volgens mij kun je het per definitie niet niet eens zijn met een verkiezingsuitslag, omdat dat nu eenmaal het democratisch principe is. Stel je zou Trump weten af te zetten door het land lam te leggen, dan betekent dat het einde van de democratie in Amerika. De man is democratisch gekozen en men zal het ermee moeten doen. De helft van de Amerikanen is enorm blij met hem, en dat is ook wat waard. De andere helft moet deze vier jaren maar uitzingen, als ze tenminste willen dat Amerika als natie blijft bestaan.

 

Mijnheer de voorzitter

Er was een tijd dat er prachtig werd gediscussieerd. Via mijnheer de voorzitter, met prachtig taalgebruik, zonder te wijzen en zonder emotie in de stem. Wim Kan zette het dan te zijner tijd wel voor gek. Die tijd is voorbij en komt ook niet meer terug. Tenminste, niet snel. Natuurlijk komt het wel terug, als het huidige heelal is vergaan en de geschiedenis zich herhaalt over pakweg 40 miljard jaar, maar dat maken we niet meer mee.

Tegenwoordig wordt er anders gediscussieerd. Door de meeste mensen, welteverstaan. In mijn linklijst, en daar ben ik trots op, zit een aantal mensen dat nog steeds op een constructieve manier discussieert. Ik probeer daarvan te leren, maar heb er best moeite mee. Dat komt omdat ik teveel spreektijd krijg. Als ik mij zou moeten beperken tot de kern, omdat anderen ook hun spreektijd opeisen en bovendien via de voorzitter zou moeten beargumenteren, zou het waarschijnlijk beter gaan.

Ik zag een aankondiging van een programma dat heet: “rot op met je religie.” Men zet een aantal mensen van verschillende geloven bij elkaar, en ook een aantal mensen dat niks gelooft, en dat bovendien vrij fanatiek doet. Ik ga niet kijken omdat ik inmiddels wel weet waar dat toe leidt. Tot schreeuwende mensen die elkaar nog doder wensen dan voordat ze elkaar van hun standpunt probeerden te overtuigen. Het geschreeuw leidt er alleen maar toe dat wie het hardste schreeuwt, gelijk krijgt. En uiteraard ook het programma met de hoogste kijkcijfers, dat heeft ook gelijk.

De SGP wil de doodstraf weer invoeren. Lijkt me een mooie stelling om hier eens op constructieve manier, zonder beschuldigingen over en weer, een boompje over op te zetten.

 

 

Het virus van het terrorisme

Er komt een bericht binnen over een aanslag in Berlijn. Hoewel de aanslag nog niet is opgeeist, neem ik maar vast een voorschot: moslim extremisme. Moord op een kerstmarkt. Zijn we dan nu zover dat Kerst, waarbij zelfs in oorlogen een wapenstilstand werd gehouden om de geboorte van Jezus te vieren, het mooiste Christelijke feest, waarbij het altijd zeker was dat we vanaf kerstavond tot en met tweede kerstdag veilig waren, aangevallen wordt? Er is nu een grens overschreden.

Op dit moment is er sprake van negen doden, vijftig gewonden en één aanhouding. Dit zijn wij dan. Een weerloos westen, we kunnen op elk moment aangevallen worden en we weten niet wie het doet. Had de vijand een uniform aan, dan was het makkelijk, maar dit zijn moslimterroristen, die uiterlijk niet te onderscheiden zijn van andere moslims.

De zoveelste aanval op het vrije westen. Moslimterroristen moeten ons niet en willen ons vernietigen. Laten we dat gebeuren, met andere woorden, gaan we door met ons leven en wachten we tot we zelf een keer aan de beurt zijn, of enten we ons in? We worden aangevallen door wankele, gedrogeerde geesten die zich hebben laten wijsmaken dat ze iets moois te wachten staat in ruil voor hun zieke daad. Ze zaaien verwarring en maken gebruik van onze verdeeldheid, en wij weten niet hoe we deze vijand moeten verslaan. Wij kunnen slechts in woorden opkomen voor wat we hier hebben opgebouwd, maar dat houdt het virus niet buiten de deur, het trekt het juist aan.

Het virus waart rond. Virussen bestrijden is moeilijk, want je kunt het pas bestrijden als het aanvalt. Het virus moet bestreden worden door het afweersysteem, en dat kan pas als de aanval is begonnen en het virus zich bekend heeft gemaakt. Tot die tijd is het gewoon een virus dat rondwaart. Je kunt het niet zien en niet herkennen. Pas als iedereen ingeënt is, is het virus voorlopig verslagen. Daarna moeten de omstandigheden gecreëerd worden, waaronder het virus niet weet te overleven. Vervolgens is het wachten op een nieuwe vijand.

 

 

 

 

De verloren generatie

Ik word door een jonge, en vooral in zijn eigen beschouwing, ambitieuze collega steevast tot de patatgeneratie geschaard. Ik besteedde er niet te veel aandacht aan, maar erg positief klonk het niet. Bovendien dacht ik dat de patatgeneratie jonger was dan ik. Maar vandaag dacht ik eraan om het eens op te zoeken. Ik kende alleen de babyboomers en de patatgeneratie. Maar na vandaag weet ik dat ik tot de verloren generatie (1956-1970) behoor. Ik ben een kind van de stille generatie, ook al zo’n veelbelovende naam. Ik kreeg te maken met de oliecrisis, de koude oorlog en grote werkloosheid, al heeft me dat nooit echt bezig gehouden. De koude oorlog nog het meest, maar die maakte vooral dat ik dacht dat Russen gewetenloze koude kikkers waren.

Dat ik ingedeeld werd in dit hokje, luchtte me wel op. Ik voel me ook verloren, zeker de laatste jaren. Geen idee meer waar ik ben als ik me in de buitenwereld begeef, dat overzicht ben ik wel kwijt. En door dit hokje kan ik weer verder, want ik kan er niks aan doen, ik ben de verloren generatie. Na mij komt de pragmatische generatie, en voor mij  zat de protestgeneratie, dat klinkt toch allemaal wat minder hopeloos. Geen woorden, maar daden, zo klinken ze. Terwijl mijn generatie er wat verloren bij zit te kijken.

Maar net als bij mijn sterrenbeeld maagd, waarbij ik op het randje van weegschaal zit, is hier ook iets aan de hand. Want ik zou het kind zijn van de stille generatie, maar mijn ouders komen uit de protestgeneratie. En hun kinderen zijn de pragmatische generatie! Dat maakt mij tot een pragmaticus. Echter, als ik eerlijk ben, zijn mijn ouders wel ingedeeld in de protestgeneratie, maar ik ben er vrij zeker van dat ze nooit hebben lopen protesteren. Zij bleven eerder trouw aan het gezag, en waren dus eigenlijk de  late stille generatie. Waarmee het wel weer klopt dat ik de verloren generatie ben.

Misschien moest ik dit maar loslaten en gewoon zelf bepalen wie ik ben.