De reformatorische camping

Er schijnt zoiets te bestaan als een reformatorische camping. Ik wil er niet gelijk een oordeel over vellen, maar oh gruwel. Ik hoorde er vandaag van. Een man, wiens vrouw nog fanatieker was dan hij, vertelde het. Zijn vrouw zat op die camping met hun kinderen. Er was een speeltuintje, waar de kinderen zich konden vermaken. Ze speelden met kinderen van een ander gezin. Alleen mochten die kinderen niet op zondag naar het speeltuintje. Moesten dus maar een beetje voor zich uit gaan zitten staren. De kinderen van de verteller mochten wel, en dat had de kinderen van degenen van wie het niet mocht, ook in verzoeking gebracht. En daar kwam dus heibel van. Gereformeerde heibel.

Ze hebben het wel eens over misdaden die gepleegd worden in naam van het geloof, maar dit vind ik toch ook wel triest. Voor de kinderen. Wat kinderen in het gelovige Nederland allemaal is aangedaan op de dag des Heeren, ik wil het niet eens weten. Ik vraag me af hoe God hier zelf over denkt…

Vaderdag

Gisteren schreef ik weer eens een logje dat ik daarna volledig uitgumde. Ook de contouren zijn niet bewaard gebleven. Ik voelde mij wat bezwaard om het te plaatsen, omdat ik leed aan het vergelijken was. En dus schreef ik maar een logje over het motorweekend (autodoordeweeks). En toen zei mevrouw Mack: “ik word een beetje moe van al die overleden vaders op Facebook op vaderdag. Da’s toch gewoon aandachttrekkerij? Ik heb er nu al vier voorbij zien komen.”

En precies daar ging mijn logje over. Elke vaderdag komen ze weer voorbij, de vaders die jammer genoeg overleden zijn. Maar het is alleen maar een foto en een ik mis je. Vader leest dat nooit meer. Ik schreef zelf ook veel over mijn vader, en kennelijk heeft het geholpen want ik schrijf niet vaak meer over hem. Ik mis hem niet meer elke dag. Hij is er al heel lang niet meer, en ook daar ben ik aan gewend geraakt. Hij is veel te vroeg overleden, maar zijn dood heeft mij gemaakt zoals ik nu ben. Ik ben nu zelf vader, en ik voel zijn genen in mij. Ik neem zijn goede kanten mee, en zijn mindere kanten laat ik voor wat ze zijn.

Maar mijn schrijven verwoordde mijn gevoel, mijn verdriet, en het hielp bij de verwerking. Hij was pas veertig, ik vijftien, en dan was ik nog de oudste thuis. En daar zit hem de kruks, ik vind veertig erger dan zeventig. Waarmee ik absoluut niet wil zeggen dat zeventig een mooie leeftijd is, maar het heeft als het goed is niet een verwoestend gat geslagen, als een ouder overlijdt op zeventigjarige leeftijd. Maar misschien ook wel. Ik kan emoties slecht inschatten. Of misschien juist wel goed. Maar Facebook zou voor mij niet de plek zijn om te herdenken. Heb er al moeite mee dat bekenden me wel eens vragen naar mijn weblog. Liefst was ik anomiem. Maar ja, dat is buiten mijn schuld mislukt.

De positiviteitsgoeroe

We moeten tegen middelmatigheid strijden, vond, hoe kan het ook anders, een positiviteitsgoeroe. Ik vind dat we tegen positiviteitsgoeroe’s moeten strijden, hoewel ik het idee heb dat ze al bijna uitgeroeid zijn. Dit was overigens een heel middelmatige. Middelmatigheid wil zeggen dat je niet opvalt. Niet in positieve en niet in negatieve zin. Dus je bent al beter dan al die mensen die in negatieve zin opvallen, maar dat wordt gemakshalve even vergeten. Je bent beter dan al die aanslagplegers, moordenaars, dieven, belastingoplichters, hoerenlopers, vreemdgangers, milieucriminelen enzovoort. Ik vind het al heel wat. Stel, je bent een man, een vrouw en je bent twee kinderen. Je hebt een golden retriever en een stationwagen en je gaat elk jaar met je gezin op vakantie en je denkt soms: is dit alles? Dan is dat uitstekend! De enige reden waarom je dat denkt is omdat de goeroe je dat heeft aangepraat. Mijn opa dacht dat nooit hoor, in die tijd was je veel te druk om middelmatig te zijn. Bovendien, wat zo’n positiviteitsgoeroe vergeet -maar daarom is het ook een middelmatige goeroe- is dat er ook middelmaat moet zijn, als referentiekader voor de extremen. Een goed goeroe had daar gelijk voor gewaarschuwd, dat we niet allemaal een extremist kunnen zijn.

Als we allemaal rijk zijn, wie is er dan Jan Modaal om ons aan te spiegelen? Hoe weten we dat we rijk zijn? Als we allemaal succesvol zijn, hoe weten we dat dan? Als ik een goede deal sluit, maar iedereen sluit een goede deal, dan is het gewoon een middelmatige deal geworden. In de oorlog overleefde je alleen als je middelmatig was en dus niet opviel. Hoe kan het dan toch dat een positiviteitsgoeroe ons wijs probeert te maken dat wij ontevreden moeten zijn? Omdat ze zelf niet tevreden zijn natuurlijk, en ons dat ook niet gunnen. Het is gelukkig al lang geleden dat ik er eentje in het echt ontmoet heb. Ik heb toch het idee dat hun piramidespel inmiddels is doorzien. Volgens mij moet je wel een heel middelmatig bedrijf zijn, wil je nog een positiviteitsgoeroe uitnodigen. Maar op internet zie je er nog af en toe eentje voorbij komen die zich probeert te onderscheiden met wijs klinkende levensdomheden. Ik heb er genoeg tegen gestreden in het verleden. De goeroe is bijna dood. Maar we moeten waakzaam blijven. Extremen zijn prima. Middelmatigheid is prima. Alleen goeroe’s die je wijs maken dat jij beter kunt worden dan al die anderen, die moeten onder de grond.

De sterke arm

We zijn weer thuis, ik had de afstand Schubbekutteveen-Vaassen afgelegd in een half uur minder dan de navigatie van te voren aangaf, en dat is fijn. Ik hou ervan om het ongelijk van Koos Spee aan te tonen met zijn slappe verhalen dat hard rijden je geen enkele tijdswinst oplevert. En zo hard ben ik helemaal niet gegaan, want mijn vrouw zat naast me en die haat het als ik hard ga. Ik neem dan ook altijd een auto waarbij het dashboard naar mij toegedraaid is zodat ze niet op de meters kan kijken.

Hans heeft tijdens het zwemmen in het kanaal een kogelriem gevonden. Of het losse flodders zijn of scherpe munitie weet ik niet. Volgens mij zijn ze afgevuurd, maar volgens mijn buurman niet, en die heeft in militaire dienst gezeten. Ik denk dat ik morgen toch maar even de politie bel, hoewel ik nu al bang ben als nukubu (politiejargon voor nutteloze kutburger,red.) toegesproken te worden. Ik haat dat.

Als ze dit logje lezen, kunnen ze me gelijk inrekenen voor te snel rijden en voor het illegaal vervoeren van munitie in plaats van achter de crimineel aan te gaan die zijn munitie gedumpt heeft. U hoort, ik heb geen hoge pet op van de politie. Sinds ze VW’s rijden, hebben ze ook dat betweterige toontje dat ik verafschuw. (weet u wel hoe wij dit soort auto’s noemen? Boomklevertjes!) Alsof mij het iets kon schelen hoe zij een auto noemen. Vroeger toen ze nog Porsches en snorren hadden, spraken ze de burger tenminste nog in meervoud aan. Waarom hebben wij zo’n haast, meneer? Kijk, dat was pas de sterke arm der wet.

4 mei

Tijdens de dodenherdenking, en met name tijdens de twee minuten stilte, was ik in lichte trance. Ik bekeek het beeld van de dam, hoorde wat vogels, zag de koning, en toen het voorbij was bedacht ik: oeps, ik heb niet aan de doden gedacht.

Ik dacht zojuist dat als mijn opa niet in 1985 was overleden, hij nu ongeveer de oudste man ter wereld zou zijn. Ja, ha ha, wat een logica. Maar toch! Van 1901 was hij. Twee wereldoorlogen meegemaakt. Vaag leven geleid. Hij had kinderen uit een eerder huwelijk en was niet getrouwd met mijn oma. Mijn tante is de halfzus van mijn moeder, en er zit nog een oom tussen van wie wij niet eens weten of hij nog leeft. Ik vond mijn opa wel een grappige man. Zijn wang voelde als schuurpapier, en hij had een houten stok, maar hij maakte wel grapjes. “Jongens, wat ligt daar op straat, is dat een kroket?” “Nee, dat is een drol opa,” en hij had lol. Misschien dat u nu snapt van wie ik die flauwe humor heb.

Om terug te komen op dodenherdenking, ik heb zojuist mijn opa herdacht. Geen slachtoffer van de tweede wereldoorlog, maar goed, sommigen willen de dodenherdenking toch breder trekken, waar anderen daar weer faliekant tegen zijn. Het is immer een punt van discussie. Mede dankzij de gevallenen mogen we de discussie hier voeren. Als we nu in het 1000-jarige rijk hadden geleefd, werd het ons medegedeeld wat we ervan mochten vinden.

Pensionado’s.

Gepensioneerden van nu zijn de meest vermogende gepensioneerden ooit, las ik met enige jaloezie. En ik dacht even aan die vroegere jaren hier, waarin nog alles leek te kunnen. Geen beperkingen van hypotheekaftrek, consumptief krediet aftrekbaar, extra pensioenopbouw die je per saldo geld opleverde in plaats van kostte, vroegpensioenregelingen, en die onvermijdelijke rode broek.

De rode broek staat voor mij symbool voor de rechtse bal gehakt, de babyboomer die roept dat zijn generatie het land weer heeft opgebouwd. In werkelijkheid werkten ze beschermd door allerlei werknemerswetten bij de belastingdienst en voerden ze niet al te veel uit. Ze hebben goed voor zichzelf gezorgd, ja op de pof geleefd en nu ligt de rekening bij de huidige generatie.

Zo cynisch als ik het nu stel is het niet. Het was zo, en het leek te kunnen. Ik zou ook zeker van al die regelingen gebruik gemaakt hebben. Maar als ik eerlijk ben, ben ik wel jaloers. Met je 58e met pensioen zou voor mij betekenen dat het einde in de verte in zicht is. Nu ben ik pas op de helft van mijn carrière. En dat baart mij zorgen. Zeker nu ik zelf bij een groot Amerikaans bedrijf werk en zie dat je niks voorstelt. Als ze je niet meer hoeven geven ze je een paar centen mee en vlieg je eruit. Alle beslissingen worden voor je gemaakt, je hebt geen stuur meer in handen. En even iets anders zoeken wordt ook steeds lastiger. Misschien dat ik het over een poosje weer anders zie, als ik weer meedoe, maar nu laat ik toch mooi even zien dat ik anderen de schuld ga geven als ik mezelf niet lekker voel. Aandachtspuntje.

Feyenoord – PSV

Vieze gore……

Doellijntechnologie. Ik snap wel dat Luuk de Jong razend werd, want die bal zat er niet in. En natuurlijk, achteraf zat hij er wel in, maar dat was toen Zoet de situatie al gered had. Dus dat dat niet begrepen werd, was volkomen logisch. Je zag de Feyenoorders ook al juichen terwijl de bal niet zat. De PSV’ers zagen het dus goed, de Feyenoorders niet. Jammer dat Zoet daarna de bal over de lijn trok, wat niemand had gezien, zelfs de scheidsrechter was verbaasd. Goed, Luuk zeurde wat lang door, maar hij was overtuigd dat hij het goed had gezien, en dat had hij.

Ze noemen hem een slecht verliezer. Maar meer uit leedvermaak natuurlijk. In Rotterdam is er in geen jaren een succesje gevierd dus smaakt de overwinnig zoet. Dat begrijp ik wel. Ik zit zelf anders in elkaar, ik jen niet, tenzij ik nog een rekening open heb staan. Dus toen ik een foto voorbij zag komen van een huilend jongetje met een PSV-shirt aan en 400 likes eronder, toen wist ik weer: oh ja, daar moet je verre van blijven. En nee, als het andersom was geweest zou ik die niet geliked hebben.

Qua resultaat valt er weinig op af te dingen. Feyenoord was beter en verdient het ook om landskampioen te worden. Volgens Johan Derksen zijn ze dat al, maar die man moet zoveel van zijn uitspraken weer terugnemen dat je hem niet erg serieus meer kunt nemen. Maar goed, dat Feyenoord de beste kansen heeft is een feit. Maar ik zou voorzichtig zijn met zulke uitspraken.