Belastingparadijs

Met lede ogen zie ik aan hoe mijn beste vriendje van vroeger, die ik uit het oog verloor toen ik dertien was, en dankzij sociale media sinds een paar jaar weer in het oog heb, zich heeft verschoven naar de harde rechtse kant van de maatschappij. Opruiende commentaren over de doodstraf, zelfs voor een inbraak, stemmingmakerij over al het belastinggeld dat wordt afgepakt van de hardwerkende mens en verdeeld wordt over alle gelukszoekers die ons land komen overnemen. Ik schrik van het feit dat hij zich niet heeft beschaafd. Anders kan ik het niet noemen. Weet hij dan niet, of weigert hij in te zien dat Nederland zo gek nog niet is? Heeft hij niet gezien dat de Nederlanders de afgelopen weken het hoge water hebben weten te bedwingen? Waar dat met dezelfde waterstanden 20 jaar geleden nog misging? Ik noem het hier een belastingparadijs. Er worden ook nuttige dingen mee gedaan. En als je minder draagkrachtig bent, zijn je voeten in dit land net zo droog als die van degenen die onder het hoogste tarief vallen. Da’s toch mooi.

Advertenties

Kerstdiner

Ben gisteren weer eens uit eten geweest met mijn werk. Een zevengangen tent, met uitleg over wat je krijgt. Inmiddels heb ik het daar wel mee gehad. Uit respect voor de meisjes die hun verhaal staan te doen, luister ik wel naar wat voor wijn ik krijg, maar het interesseert me geen ene reet. Ook alle details van het eten boeien me niet. Ik kan er dan ook wederom niet veel over vertellen, maar ik ga het toch proberen. Het begon met een amuze. Ik ben gek op amuzes, ooit zou ik nog wel een amuzestruik in de tuin willen hebben. Daarna kwam er iets groens in een schaaltje. Er zat ook kaviaar bij. Erg lekker. Eendeborst heb ik gezien. Risotto. Hertenbiefstuk. Rabarberijs. Allemaal lekker, maar vergeleken bij babi pangang stelt het niet veel voor.

Ik nam maar af en toe een slokje wijn, ik moest nog rijden. En een bobarrangement klinkt leuk, maar daar word je straalbezopen van. Zeven keer een half glaasje wijn is volgens mij nog veel te veel. Dus ik hield het bij twee halve glaasjes. Maar, dan zul je net zien, dan krijg je net geen uitleg, dus ik protesteerde. Wat voor mijn collega weer aanleiding was om de serveerster (daar is vast een mooie engelse term voor) erbij te roepen om toch nog even uitleg te komen geven. Geen idee meer, maar het zou de smaak van de hertenbiefstuk versterken. Ik zei dat ik de proef op de som ging nemen, want ik hou niet van lulverhalen. Dus eerst een hapje hertenbiefstuk, toen een slokje wijn, en toen nog een stukje hertenbiefstuk, en inderdaad, de biefstuk smaakte ineens enorm naar witlof, constateerde ik. Dat scheen te komen omdat ik ook witlof nam in plaats van biefstuk. Nou ja, ik had het even niet gezien.

Ik ben een beetje klaar met deze aanstelleritus. Ik ben verdorie 48 en moet ik mijzelf nu nog steeds voor de gek houden? Er kwam nog een gang met een enorm bord met iets enorm kleins erop. Ik kon het niet laten om tegen mijn collega te zeggen dat mijn bord niet goed was afgewassen. Hij moest daar erg om lachen, en gelukkig maar, ik heb ook wel eens met iemand gezeten die dan zei: ja, als je niet van lekker eten houdt, dan moet je niet naar zo’n restaurant gaan. Sta je gelijk te boek als iemand die van goor eten houdt, en in zijn eigen hoofd klopt die onzin allemaal weer. Nee, mij niet gezien. Morgen weer een kerstdiner met m’n andere werk. Pfff.

Humor is geen kunst

Humor is de hoogste kunstvorm, aldus Theo Maassen. Alle andere kunstvormen kregen er van langs, vooral de schilderkunst. “Hop, drie emmers verf, kwak het tegen een doek, en je hebt een schilderij dat ze ophangen in een museum. Hoe groot denkt u dat de kans is dat als ik drie emmers met plakletters tegen de muur kwak, ik een volledig cabaretprogramma heb?”

Ik moest erg lachen om de show van Theo, maar over zijn stelling kun je discussiëren. Ik moest keihard lachen om misschien de grofste grap die ik ooit hoorde, maar ik moet er wel bijzeggen dat die ten koste ging van een groep die ik zelf ook graag in de zeik zet. Als het ten koste was gegaan van mijzelf, had ik hem waarschijnlijk minder leuk gevonden. Ik stikte ook van het lachen bij ordinaire poepgrappen van hem. Ik heb het ook bij Geer en Goor. Terwijl ik daarna zuchtend zat te kijken naar een stukje van Youp, die volgende week op tv komt. Ook om Freek hoef ik amper te lachen, maar ze boeien me wel.

Ik keek “Er ist wieder da”. Een komische film over Adolf Hitler die, zonder dat hij snapte hoe, in deze tijd terecht was gekomen. De mensen van deze tijd dachten dat hij een komiek was, want Hitler is immers dood. Ze moesten om hem lachen, maar vonden hem ook wel een beetje eng, aangezien hij een scherpe visie op de maatschappij had, die hij graag deelde op een podium. Er werd nauwelijks aandacht besteed aan de duivel in hem, hij was voor de hedendaagse Duitser gewoon een discussiepartner. Tot iemand in de gaten kreeg dat hij het echt was, en het verhaal waarschijnlijk zich alleen in zijn hoofd afspeelde. Kijk, dat vond ik kunst, die film. Ik moest er niet om lachen, maar ik vond hem wel goed.

Mijn conclusie is wanneer humor kunst wordt, humor niet meer om te lachen is.

Karma

Ik wil er wel graag in geloven, en eigenlijk zit het er zo keihard ingeramd dat ik het ook geloof. Dat boontje om zijn loontje komt. Het is natuurlijk niet zo, maar soms gebeurt het wel. Een cadeau van de voorzienigheid.

Dit gaat niet een geheel schoon logje worden, maar ik vind het geweldig dat iemand Tim Hofman (niet te verwarren met Tom) een zodanige oplawaai heeft verkocht dat hij zijn kaak heeft gebroken. Natuurlijk mag je dat niet vinden en moet het politiek correct met de politie worden opgelost. Zo zou ik het zelf ook gedaan hebben, maar nu iemand anders het anders heeft opgelost, prima. Tim valt op etterbakkerige wijze binnen bij een bedrijf dat niet netjes heeft gehandeld in plaats van daar een advocaat op te zetten. Hij weet daarbij precies wat zijn eigen rechten zijn en denkt zich ook beschermd te weten door de aanwezigheid van de camera. Daardoor staat hij 5-0 voor, dacht hij. Maar nee, het licht ging even uit voor Tim. Prima. Nu lag zijn kaak even in tweeën, en dat blijft een gevoelige plek.

Natuurlijk heeft Tim aangifte gedaan bij de politie, want zo’n publieke afgang kan hij natuurlijk niet lijden. Hij was gewapend met zijn camera, zijn scherpe bek, en dacht dat hij beschermd zou worden door deze intimidatie van de ander. Een misrekening en volkomen verdiend.

Natuurlijk keur ik dit geweld voor de vorm af. Ik zou het zelf ook zeker niet doen. De beste optie is, mocht een vervelende vlogger of presentator het in zijn hoofd halen om uw bedrijf ongevraagd binnen te vallen, schors dan de vergadering, bel de politie, zeg niks en wacht rustig tot ze hem komen ophalen. En zwaai hem vrolijk uit als de politie hem verwijdert. Film dat en zet het op youtube. U wint dan glansrijk.

De reformatorische camping

Er schijnt zoiets te bestaan als een reformatorische camping. Ik wil er niet gelijk een oordeel over vellen, maar oh gruwel. Ik hoorde er vandaag van. Een man, wiens vrouw nog fanatieker was dan hij, vertelde het. Zijn vrouw zat op die camping met hun kinderen. Er was een speeltuintje, waar de kinderen zich konden vermaken. Ze speelden met kinderen van een ander gezin. Alleen mochten die kinderen niet op zondag naar het speeltuintje. Moesten dus maar een beetje voor zich uit gaan zitten staren. De kinderen van de verteller mochten wel, en dat had de kinderen van degenen van wie het niet mocht, ook in verzoeking gebracht. En daar kwam dus heibel van. Gereformeerde heibel.

Ze hebben het wel eens over misdaden die gepleegd worden in naam van het geloof, maar dit vind ik toch ook wel triest. Voor de kinderen. Wat kinderen in het gelovige Nederland allemaal is aangedaan op de dag des Heeren, ik wil het niet eens weten. Ik vraag me af hoe God hier zelf over denkt…

Vaderdag

Gisteren schreef ik weer eens een logje dat ik daarna volledig uitgumde. Ook de contouren zijn niet bewaard gebleven. Ik voelde mij wat bezwaard om het te plaatsen, omdat ik leed aan het vergelijken was. En dus schreef ik maar een logje over het motorweekend (autodoordeweeks). En toen zei mevrouw Mack: “ik word een beetje moe van al die overleden vaders op Facebook op vaderdag. Da’s toch gewoon aandachttrekkerij? Ik heb er nu al vier voorbij zien komen.”

En precies daar ging mijn logje over. Elke vaderdag komen ze weer voorbij, de vaders die jammer genoeg overleden zijn. Maar het is alleen maar een foto en een ik mis je. Vader leest dat nooit meer. Ik schreef zelf ook veel over mijn vader, en kennelijk heeft het geholpen want ik schrijf niet vaak meer over hem. Ik mis hem niet meer elke dag. Hij is er al heel lang niet meer, en ook daar ben ik aan gewend geraakt. Hij is veel te vroeg overleden, maar zijn dood heeft mij gemaakt zoals ik nu ben. Ik ben nu zelf vader, en ik voel zijn genen in mij. Ik neem zijn goede kanten mee, en zijn mindere kanten laat ik voor wat ze zijn.

Maar mijn schrijven verwoordde mijn gevoel, mijn verdriet, en het hielp bij de verwerking. Hij was pas veertig, ik vijftien, en dan was ik nog de oudste thuis. En daar zit hem de kruks, ik vind veertig erger dan zeventig. Waarmee ik absoluut niet wil zeggen dat zeventig een mooie leeftijd is, maar het heeft als het goed is niet een verwoestend gat geslagen, als een ouder overlijdt op zeventigjarige leeftijd. Maar misschien ook wel. Ik kan emoties slecht inschatten. Of misschien juist wel goed. Maar Facebook zou voor mij niet de plek zijn om te herdenken. Heb er al moeite mee dat bekenden me wel eens vragen naar mijn weblog. Liefst was ik anomiem. Maar ja, dat is buiten mijn schuld mislukt.

De positiviteitsgoeroe

We moeten tegen middelmatigheid strijden, vond, hoe kan het ook anders, een positiviteitsgoeroe. Ik vind dat we tegen positiviteitsgoeroe’s moeten strijden, hoewel ik het idee heb dat ze al bijna uitgeroeid zijn. Dit was overigens een heel middelmatige. Middelmatigheid wil zeggen dat je niet opvalt. Niet in positieve en niet in negatieve zin. Dus je bent al beter dan al die mensen die in negatieve zin opvallen, maar dat wordt gemakshalve even vergeten. Je bent beter dan al die aanslagplegers, moordenaars, dieven, belastingoplichters, hoerenlopers, vreemdgangers, milieucriminelen enzovoort. Ik vind het al heel wat. Stel, je bent een man, een vrouw en je bent twee kinderen. Je hebt een golden retriever en een stationwagen en je gaat elk jaar met je gezin op vakantie en je denkt soms: is dit alles? Dan is dat uitstekend! De enige reden waarom je dat denkt is omdat de goeroe je dat heeft aangepraat. Mijn opa dacht dat nooit hoor, in die tijd was je veel te druk om middelmatig te zijn. Bovendien, wat zo’n positiviteitsgoeroe vergeet -maar daarom is het ook een middelmatige goeroe- is dat er ook middelmaat moet zijn, als referentiekader voor de extremen. Een goed goeroe had daar gelijk voor gewaarschuwd, dat we niet allemaal een extremist kunnen zijn.

Als we allemaal rijk zijn, wie is er dan Jan Modaal om ons aan te spiegelen? Hoe weten we dat we rijk zijn? Als we allemaal succesvol zijn, hoe weten we dat dan? Als ik een goede deal sluit, maar iedereen sluit een goede deal, dan is het gewoon een middelmatige deal geworden. In de oorlog overleefde je alleen als je middelmatig was en dus niet opviel. Hoe kan het dan toch dat een positiviteitsgoeroe ons wijs probeert te maken dat wij ontevreden moeten zijn? Omdat ze zelf niet tevreden zijn natuurlijk, en ons dat ook niet gunnen. Het is gelukkig al lang geleden dat ik er eentje in het echt ontmoet heb. Ik heb toch het idee dat hun piramidespel inmiddels is doorzien. Volgens mij moet je wel een heel middelmatig bedrijf zijn, wil je nog een positiviteitsgoeroe uitnodigen. Maar op internet zie je er nog af en toe eentje voorbij komen die zich probeert te onderscheiden met wijs klinkende levensdomheden. Ik heb er genoeg tegen gestreden in het verleden. De goeroe is bijna dood. Maar we moeten waakzaam blijven. Extremen zijn prima. Middelmatigheid is prima. Alleen goeroe’s die je wijs maken dat jij beter kunt worden dan al die anderen, die moeten onder de grond.