Fleudefluu

Wij delen Hans zijn huiswerk op in tweeën. Linda het gedeelte waar zij goed in is, en ik het gedeelte waar ik goed in ben. ‘Goed’ hier gezien met als referentiekader Kader/Mavo. Linda doet Engels, Biologie, Nederlands, Natuur en Techniek, en ik doe Wiskunde en Frans. Tenminste, hij doet het allemaal zelf, maar het uitleg-en overhoorgedeelte, daar heb ik het over. Als meneer moet leren komt hij na tien hele minuten op zijn kamer gezeten te hebben weer naar beneden voor de overhoring. De eerste de beste vraag die ik stel -ik ben in het Frans- beantwoordt hij dan met een ongeïnteresseerd ‘kweenie’. Tweede vraag -jij bent- wordt dan beantwoord met een vragend ‘tu parle’?

Nu moest ik hem een isometrische tekening en een Amerikaanse projectie uitleggen. Ik had er nog nooit van gehoord, maar ik zet mijn leesbril op en lees even waar het over gaat. Ondertussen had Hans onthouden dat hij moest schetsen uit de losse hand, maar dat stond ergens voor in het boek en had hier niets mee te maken. En hij hield vol dat de isometrische tekening de Amerikaanse projectie was. Want dat had de leraar gezegd. Met zijn met plakband geplakte geodriekhoek maakte ik een schets. Op de plek van het plakband verliep de lijn een beetje, maar dat was geen enkel probleem volgens deze aankomend ingenieur. Ik heb op de kalender gezet voor a.s. zaterdag, dat hij een nieuwe geodriehoek gaat kopen. Een diepe zucht klonk uit zijn richting. Nee, dit is geen Einstein in de dop.

Advertenties

Hou je bek en knutsel!

Ik heb wel eens eerder over surprisestress geschreven, en ik begrijp werkelijk niet waarom een minderheid het voor elkaar krijgt om de meerderheid die stress te laten ervaren. De minderheid is de onderwijzer en de meerderheid zijn de kinderen plus hun ouders. Bij ons thuis vroeger vierden we Sinterklaas in zijn essentie. Pakjesavond thuis, er werd op de deur gebonkt, er stonden twee manden met cadeautjes, Sinterklaas beloonde ons met mooie cadeautjes en gedichtjes, en wij beloonden onze ouders met blije gezichten. Iedereen was blij.

Maar toen mijn vader overleed en ik al een lichtbepuiste puber was, vond mijn moeder toch dat we surprises moesten gaan maken voor elkaar. Hel. Wat is er mis met Sinterklaas te laten aan kinderen die erin geloven, of misschien net niet meer maar nog wel ontzettend blij zijn met cadeautjes? Nee, volwassenen moeten gewoon door met hun infantiele feest en ondertussen neemt de stress bij de overige gezinsleden toe.

Ik moest altijd luidkeels protesteren, en dat doe ik nu nog zoals u merkt, maar ik ben nooit een kerel geweest hierin. Hou of gewoon je bek en knutsel, of doe gewoon niks en laat ze allemaal verrekken. Nee, ik protesteerde maar vervolgens maakte ik mij er niet met een Jantje-van-Leiden vanaf. Ik maakte de mooiste auto’s, honden, trommels, voetbalshirts en dit jaar een zwembad. Voor mijn dochter. Die is alleen meegeweest om wat nutteloos knutselspul te kopen. Voor de rest mocht ze niet meehelpen van mij, want dan zou ze maar in de weg zitten.

Ik protesteer niet meer de laatste jaren. Mijn vrouw -die houdt niet van verrassingen- is allang blij dat ik deze taak op mij heb genomen. En ik kan het net niet goed genoeg om te doorzien dat een kind dat niet gedaan kan hebben, dus prima zo.
zwembad

Schok

Ik schrok me gisteren dood. Ik ben nu 12 jaar vader van een klein jongetje. Een onschuldig jongetje dat altijd een jongetje was en waar ik altijd grapjes mee maakte en dat mij elke avond als hij naar bed gaat nog een kusje geeft. Natuurlijk, hij gaat al naar de middelbare school en hij wordt aardig bijdehand, maar het is nog wel een jochie. Nu stond hij zich af te drogen na het douchen en ik wist even niet of ik nu goed zag. Doorkomend schaamhaar! Mijn kindje, mijn zoontje, mijn kleine aapje.

Ik moest er even van bijkomen. Mijn vrouw had even bezoek dus ik kon het ook niet vertellen, en ik moest weg. Dus ik apte het maar even. Een uurtje later zag ze het pas, en ik kreeg een paar van die huil van het lachen smiley’s terug. Zij had het ook nog nooit gezien. We hebben een heuse puber in huis!

Vandaag was ik al weer wat van de schok bekomen. Hij was thuisgekomen en zei dat het mandje van zijn fiets los zat. Of ik even wilde kijken. Ik keek maar ik zag niks aan het mandje. Wel aan zijn voorband, die was leeg. Dat merkt die jeugd van tegenwoordig niet eens meer. Het mandje, denken ze. Ik pakte de pomp maar kreeg er geen lucht in. Nader onderzoek leerde dat er een spijker in de band zat, en dat de totale binnenband vol gaatjes zat. Hoe dat nou kon snapte ik ook niet, maar die was niet meer te plakken. Snel ging ik naar de bouwmarkt en haalde een nieuwe binnenband die ik er even inzette. Want dat kan ik, dat heb ik vroeger geleerd. En nu had ik het nodig. Om te zorgen dat mijn puberzoon die niks van lekke banden snapt morgen weer ongestoord naar school te kunnen laten fietsen. Daar ben ik vader voor. Dat is waarvoor ik getraind ben.

Pupillenvoetbal

Vanochtend moest mijn dochter voetballen tegen Sparta Nijkerk, een club met een naam. De trainer van de Spartanen kende ik, een oud collega uit die plaats. Hij werkte in het magazijn, ik op kantoor. Ik gaf hem een hand en we wisselden wat vriendelijkheden uit. Ik vertelde aan de ouders van onze ploeg dat de trainer van de tegenpartij een ex-collega van mij was. Had ik het maar niet gedaan!

Het was gewoon een beetje genant wat mijn ex-collega allemaal riep tegen zijn kleine meisjeselftal. Als een Hans Kraaij junior ging hij tekeer. Tegen zijn meisjes, dat waren luie zoutzakken, tegen de scheidsrechter want die had moeten fluiten voor een overtreding, tegen onze trainer want die had het ook moeten zien, en aan het eind weer tegen de scheidsrechter omdat die vijf minuten te vroeg affloot, wat inderdaad ook zo was. Tijdens de wedstrijd zei ik tegen de ouders dat ik hem niet kende. Wat een idioot! Een ouder van ons team begon nog tegen hem te blèren dat hij zijn mond moest houden, en er ontstond een klein opstootje met wat heen en weer geschreeuw en gewijs.

Na de wedstrijd sprak ik hem nog even. Of hij nog steeds in Nijkerk werkte. Dat deed hij allang niet meer, vertelde hij, hij was vrachtwagenchauffeur geworden. Twee maanden nadat hij daar wegging had hij een zwaar hartinfarct gehad, vertelde hij, dus hij maakte zich niet meer zo druk. Hij zei het echt. Hij was ook weer heel relaxed ineens. Hij zei tegen mijn dochter dat ze top gekeeped had en wenste me veel succes met “mijn vrouwtje”. En of ik op de uitwedstrijd naar Nijkerk meekwam. “Altijd gezellig,” zei hij.

Meisje-meisje

Afgelopen zaterdag was het kinderfeestje van mijn dochtertje, ze is negen geworden. Tegen kinderfeestjes zien de meeste moeders tegenwoordig enorm op, behalve de ouderwetse moeders die nergens een probleem van maken. Wij moderne ouders besteden zoiets uit aan een gespecialiseerd bedrijf. Vroeger als kind gingen we naar het bos of mochten we koekhappen, en dat vonden we kennelijk leuk. Één keer kan ik me herinneren dat ik in een golfslagbad ben geweest.

Maar bij ons komt het er dus op neer dat de kinderen ontvangen worden, ze overhandigen de cadeautjes, ze eten taart en dan proppen we ze in twee auto’s. Mijn zoontje wilde op het laatste moment ook mee, dus die heb ik in de kofferbak gepropt. Zwaar verboden tegenwoordig, maar vroeger was dit schering en inslag. En het moet vooral verboden blijven, want dan kan ik een keertje burgerlijk ongehoorzaam zijn. En dat is al heel fijn, want in mijn hart ben ik een misdadiger.

In elk geval….kinderen! Volslagen debielen zitten er tegenwoordig tussen. Ook drukke kinderen waaronder ik mijn dochter schaar. Rustige met een zeurderige inslag, een stuk of twee normale en eentje waar ik voor viel als een blok. Een meisje waar werkelijk niks op aan te merken was. Een lief meisje-meisje, zoals dat tegenwoordig heet. Bij het terugbrengen van de kinderen vragen de ouders meestal of hun kind zich gedragen heeft. Ook die van de volslagen debiel. Ja hoor, prima, doei. Het meisje-meisje woonde het verst, ook in het mooiste huis. Ik bracht haar als laatste weg. Haar moeder vroeg of ze zich gedragen had. Van haar konden we er wel twintig op een feestje hebben, antwoordde ik. Want goed gedrag moet je belonen.

School

Zojuist was het moment daar. Ik moest er twaalf jaar op wachten, maar ik mocht eindelijk Hans helpen met zijn wiskunde-huiswerk. Het ging niet per se om wiskunde, ik zit ook te wachten op Frans, Nederlands en economie, mocht het nodig zijn. Alle andere vakken kan ik niet, Engels uitgezonderd, maar dat neemt Linda voor haar rekening. Voor mij geen biologie, aardrijkskunde en geschiedenis. Ik weet er niks meer van.

Ik heb vroeger ook veel hulp met wiskunde gehad. Eerst van mijn vader die het zo uitlegde dat ik de volgende dag het antwoord sneller wist dan de wiskundeleraar, maar dat was pas de brugklas, en later van twee buurmannen, die beide keien waren in wiskunde. Voor handelswetenschappen zocht ik een Heao-er, voor Nederlands jatte ik bij anderen, Economie, Engels en Frans moest ik zelf doen. Zes vakken waarvan ik er maar drie zelf gedaan heb, en nog geen cijfers die ze ingelijst hebben daar op die school.

Als je het zo bekijkt, heb ik eigenlijk niet veel gepresteerd op school, maar zo voelde het niet. Vooral dat ellendige Nederlands heeft een hoop zinloze tijd gekost. Vooral het gedeelte over literatuur, en volgens mij kreeg ik niet anders meer dan literatuur op de Havo. Het was beter geweest die tijd nuttiger te besteden, hadden ze mij bijvoorbeeld maar de grondbeginselen van het drummen bijgebracht. Of van het zingen. Dan had de wereld er heel anders uitgezien.

Niet zo geestig.

Ik heb het niet zo op vloggers. Ik leer niks van ze, en mijn kinderen al helemaal niet, terwijl die toch uren naar die jongens kijken. Ze vinden vooral zichzelf erg interessant, en niet het onderwerp waar ze het over hebben. Eén van die eikels had een vlog gemaakt over geesten. Filmpjes op youtube waar hij dan commentaar bij gaf. “Oh my God, Oh my God, dit is creapy! Zag je dat? Hij deed de deur open en ze hing tegen het plafond! En daar, die stoel begint vanzelf te bewegen! Oh my God jongens en meisjes, dit is weird shit.”

Ondertussen zit ik met een doodsbang kind, dat niet meer alleen naar bed durft. Hij is twaalf, en slaapt nu met de lichten aan. Alles wat ik hem vertel, helpt nauwelijks. Dat geesten niet bestaan, dat de filmpjes nep zijn, hij knikt zachtjes, maar hij snikt harder. Dus dan hebben we dat weer. Ik word niet boos als hij niet naar bed wil, en één van ons gaat met hem mee. Ik leg hem uit dat ik vroeger ook bang ben geweest voor geesten. Tot op latere leeftijd nog. Maar dat ik er nog nooit één gezien heb en dat het verzinsels van mensen zijn omdat mensen immers graag in de belangstelling staan, en een goed verhaal helpt je daarbij. Never let the truth get in the way of a good story.

Het gaat wel over, het moet even slijten. Ik weet ook niet eens zeker of het niet bestaat. Er is geen enkel wetenschapelijk bewijs voor, en in Amerika ligt een miljoen te wachten op de eerste de beste die kan aantonen dat hij of zij paranormale gaven heeft. Nog nooit iemand die door de test is gekomen. Ik doe het maar af als onzin. Neemt niet weg dat ik ook niet in een hotelkamer zou gaan slapen waarvan ze zeggen dat het er spookt.

Vanmiddag liep ik met de honden op de hei. Midden op de hei stond een gedaante. Een vrouw leek het, met een mantel. Ik keek wat beter en ik zag dat ze een boomstronk was. Maar een goed spookverhaal gaat er bij veel mensen in als koek.