Een waar democraat.

Ik heb mijn democratische plicht gedaan en dat is nu eens niet ‘stemmen’, want dat is zo makkelijk, maar opkomen voor hen die zich niet kunnen verdedigen. ‘Hen’ zijn in dit geval twee zilveresdoorns die gekapt dreigen te worden door de gemeente. Ik had nog twee dagen om mijn bezwaarschrift in te dienen, en dat heb ik gedaan. Ik had nog nooit van zilveresdoorns gehoord, maar als ik uit mijn raam kijk staan er twee grote bomen die dat kennelijk zijn.

Iemand had een kapvergunning aangevraagd om er drie extra parkeerplaatsen aan te leggen. Voor drie extra parkeerplaatsen moesten deze twee zogenaamde toekomstbomen, beeldbepalend voor de buurt, wijken. Want de parkeerdruk zou te hoog zijn, en bovendien zou de verkeersveiligheid gebaat zijn bij die extra parkeerplaatsen.

Nee, dit overstijgt de democratische plicht van het stemmen. Dit is waar de democratie pas echt om gaat! Opkomen voor de zwakkeren en voor hen die geen stem hebben. Het zal wel niks uithalen, maar als ik straks naar een kale betonnen vlakte zit te kijken, hoef ik het mezelf in elk geval niet te verwijten. Hoewel ik me nog zou kunnen vastketenen aan een van die bomen. En mijn kinderen aan de ander. Er was trouwens ook nog een paardenkastanje in het kapproject betrokken. Maar die staat in een andere straat, dus daar heb ik geen bezwaar tegen gemaakt. Niet omdat ik niet om paardenkastanjes geef, maar omdat ik me niet wil bemoeien met politiek buiten mijn straat.

Ondernuts

Ik fietste vandaag naar Epe, mijn kroost moest mij verplicht en met tegenzin vergezellen. Ik wist ook niets beters, maar als ik niet ingreep zat mijn kroost de hele dag achter de computer. De enige bestemming die ik kon bedenken was Hans toekomstige school, dan wist hij vast de weg. Tammar werd snel enthousiast, maar Hans zorgde dat hij steeds verder achterop raakte, zodat hij mij flink irriteerde.

Toen we aankwamen zei hij: “mooi, kunnen we dan nu terug?” Ja hoor, dan kunnen we terug. Ik maakte nog even een foto om aan het thuisfront te laten weten waar we waren -het thuisfront waardeert het erg als ik Hans de weg wijs- en op dat moment kwam er een stel met een hond en een kind aanlopen. Ik zag eerst de vrouw, natuurlijk, blond, slank en een zonnebril, en toen pas de man. Het mannetje. Ik dacht nog, hoe komt dat ventje nu weer aan zo’n vrouw, maar toen zag ik het. Het was een ex-international, ex-Ajacied en huidig technisch directeur van Ajax. Ik noem geen namen uit privacy overwegingen.

Ik zei tegen Hans: “dat is Marc Overmars, die ken je toch wel?” “Jawel, dat is toch de Marcel Brands van Ajax,” zei hij? Vanaf dat moment klaarde zijn humeur op. We gingen niet vragen om een foto of handtekening, want dat zou nergens op slaan, omdat wij altijd grapjes ten koste van Ajax maken. Dan kun je nu ook niet om een handtekening vragen, dat is een belangrijk principe. Tenminste, dat was het vroeger. In deze tijd kun je beter met alle winden meewaaien, dat brengt je veel verder.

Op de foto die ik maakte had ik per ongeluk het gezin Overmars vastgelegd. Heel in de verte en onherkenbaar. De laatste keer dat ik hem tegenkwam is 25 jaar geleden, in een disco, ook in Epe. Hij had toen al de mooiste meiden om hem heen. Allemaal hoopten ze in de gunst te komen van de jonge Ajacied. Maar er kon er maar een winnen. Die liep nu naast hem. Labrador en zoon erachter. In de zon. Gewoner kon het niet.

Voor als je het gemist hebt.

Ik erger mij een beetje. En hoe terecht dat is weet ik niet, maar ik erger mij gewoon. Vanochtend zag ik dat er meer sneeuw was gevallen dan ik verwachtte dus stond ik ook eerder op dan ik verwachtte. De hond gaat namelijk los bij zoveel sneeuw, letterlijk en figuurlijk, en ik vroeg of Tammar meeging de hond uitlaten met de slee.

Nou ja, toen we klaar stonden belde er een vriendinnetje met een slee aan, of Tammar buiten kwam spelen. Dat wilde ze natuurlijk graag, dus ik ben alleen de hond uit gaan laten, zonder slee. Maar toch! Het was half tien en ongeveer de hele straat had zijn stoep al sneeuwvrij gemaakt. Daar zou ik toch langs gewild hebben met de slee. Waarom doen die neuroten dat, vraag ik mij dan af? Valt er een keer sneeuw, moeten ze de laag gelijk om zeep helpen, als een boze buurman die een bal lek steekt.

Nu ik toch op dat onderwerp kom van die boze buurman, hoe kan het nu dat die buurmannen daar vroeger mee weg kwamen? Als kind accepteerde je kennelijk dat je iets fout had gedaan als je een bal in buurmans tuin had getrapt, en als buurman die lek stak, was dat jouw eigen schuld. In mijn perceptie althans. Als je dat in deze tijd zou doen, zou je openlijk aan de schandpaal gaan.  Nu ben je toch als buurman fout en niet als kind? Eigenlijk zijn we wel iets opgeschoten in de beschaving. En toch ook weer niet. Want de boze buurman kan niet meer de dictator spelen, maar het kind respecteert het grondgebied van de buurman niet meer.

Nou ja, hoe het ook zij, de sneeuw lag er weer voor even. Ik heb een foto gemaakt, voor de mensen die het gemist hebben.
sneeuw

Lang leve de overbevolking.

Ik nam een pad in het bos dat ik nog nooit had genomen, tenminste, niet voor zover ik mij kon herinneren. Er zijn hier in het bos wat dingetjes gewijzigd qua afrastering, dus kon ik ineens edelherten zien op een plek waar vroeger alleen reetjes liepen. Ik wist het niet, maar ik zag er drie, direct aan de rand van het dorp. Ik wilde mijn telefoon pakken om ze te fotograferen, maar dat was al te laat. Ze sloegen op de vlucht.

Ik fietste door en een paar kilometer verder zocht ik toch mijn telefoon. Ik kon hem niet vinden. Misschien had ik hem toch niet meegenomen. Ik twijfelde. Ik was ervan overtuigd dat ik hem bij me had. Eenmaal thuis ging ik op zoek naar mijn telefoon. De handigste manier is dan te bellen om te horen waar hij ligt. “Met Karin,” hoorde ik. Dat is toch even schrikken. Karin’s zoontje had mijn telefoon gevonden, en hij was al blij dat hij een iPhone had, zei zijn moeder. Maar gelukkig had de moeder wel gezegd dat als er iemand voor belde dat hij hem dan niet kon houden. Ik heb hem opgehaald en aan het zoontje een vindersloon gegeven.

Dus op een maandagmiddag, op een pad waar ik nooit geweest was, drie kwartier na de vermissing was mijn telefoon al gevonden. Terwijl ik aan sommige mensen vertel dat de Veluwe onherbergzaam gebied is waar je kunt verdwalen en ze je binnen twee weken niet terugvinden. Dat gelooft dus ook niemand meer. Lang leve de overbevolking.

Bellevue

Ik liep met de hond een andere route dan normaal. De hond loopt al een tijdje licht mank dus ik probeerde te voorkomen dat ze andere honden tegen zou komen en het weer in wild gespeel zou uitmonden. Het is denk ik 25 jaar geleden dat ik er liep, veel veranderd was er niet. Ik kwam langs het wildkijkpunt dat uitkeek over een stuk heide. Het huis dat ik altijd zo mysterieus vond, en wat zo afgelegen midden in het bos lag, lag er nog steeds, boven op een heuvel alsof er niets veranderd was. Het is twee honden geleden dat ik er was.
huis
Aan het eind van de anderhalf uur durende ronde kwam ik weer in gangbaarder gebied. We kwamen weer mensen tegen, en de hond liep er enthousiast op af. Een blonde mevrouw had zich een beetje afgezonderd van de anderen en leek wat angstig. Ik riep de hond terug en vroeg me juist af wat angstige mensen in een hondenuitlaatgebied deden. Tot het me duidelijk werd. De mevrouw was niet angstig maar moest plassen en had zich daarom afgezonderd. En ze had niet in de gaten dat mijn vluchtroute op tien meter langs haar billen liep. Ik weet ook helemaal niet in of ze me in de gaten had, maar ik kon het niet helpen dat ik daar langs bellevue liep. Even kwam het snode plan in mij op om snel een foto te maken, maar gelijk waarschuwde mijn geweten me. Maar ik kan niet volhouden dat ik haar bips maar één keer gezien heb.

Trainingsbroek

Linda zou het leuk vinden als ik vandaag mee zou gaan naar het zwembad dat geopend was voor honden. Het Apeldoornse Boschbad organiseert dit jaarlijks op de laatste dag voordat het zwembad geleegd wordt. Dus zo geschiedde. Het Boschbad is het grootste openluchtzwembad van Nederland en ligt al sinds 1934 in de villawijk Berg en Bos. In Berg en Bos zou de film Flodder opgenomen kunnen zijn. Er wonen uitsluitend rijke blanken die alle vluchtelingen welkom heten, zolang het maar niet in hun wijk is. Hetzelfde geldt voor de toeristen die voor Julianatoren of Apenheul komen, ze zijn welkom maar uiteraard geldt er in de wijk een parkeerverbod tenzij je vergunninghouder bent. Ik moest dus vlak buiten de parkeerzone onze oude Nissan ergens kwijt zien te raken, want zo’n oude auto zomaar in zo’n wijk parkeren zou kunnen leiden tot verpaupering en waardedaling van de woningen. Dat wil ik niet op mijn geweten hebben.

jack the buldog Aangekomen in het overigens prachtige zwembad, weet je gelijk waarom je niet naar dit soort dagen moet gaan. Honden zijn geweldige beesten maar je moet niet een paar honderd van de meest fanatieke baasjes bij elkaar gaan zetten. Het is een orgie van door de lucht klinkende hondennamen, geblaf, gespetter en uitgeschud. Onze hond vond het prima. We hadden voor de gelegenheid nog een buurhond geleend en samen sprintten ze over de grasvlakten van het Apeldoornse zwembad, natuurlijk achterna gezeten door allerlei rassen. Tot zover ging het goed. Maar toen. Er was ook een groep racisten in het zwembad. Het waren Stafford terriers met hun baasjes die samenschoolden. Staffords zijn pitbull-achtigen die niet verboden zijn, maar er wel uit zien als vervaarlijke vechthonden. Ze zijn echter bij hun geboorte als een onbeschreven blad en meestal blijft dat ook zo. Het gold ook voor de honden die hier samenschoolden, alleen niet voor hun baasjes. Er stonden er een paar met een trainingsbroek en een bomberjack aan die volgens mij niet in Berg en Bos woonden. Ze hadden nog behoorlijk knappe vriendinnen bij zich. Ik gebruik het woordje ‘nog’ omdat het verval in korte tijd exponentieel toeneemt bij dergelijke types.

Ineens sloeg de vlam in de pan. Een hondje dat niet ééns groot was viel zo’n Stafford aan en de bange Stafford ging gelijk op zijn rug liggen ter overgave. Het hondje ging nog even door met zijn aanval, en de nog behoorlijke knappe vriendinnen die exponentieel verval in korte tijd te wachten stond, gilden. De trainingsbroek kon de vernedering niet aanzien en schopte de aanvaller weg. Het dier sloeg op de vlucht en de trainingsbroek rende erachter aan. Het hondje schoot tussen de mensen door, met de trainingsbroek nog immer achter hem aan. Op zich is het niet gek, een rennende trainingsbroek, maar dat bomberjack erbij, dat zag er niet uit. Het hondje sprong het zwembad in en toen moest de trainingsbroek zich gewonnen geven. “Vuile kankerhond, kanker op!!”, brulde hij terwijl hij terug rende en nog een vrouw tegen de grond drukte. Ik dacht eerst dat hij zelf op zijn muil gleed, maar dat scheen toch een vrouw te zijn. Het vrouwtje van de op de vlucht geslagen hond kwam nog even verhaal halen en zei dat hij z’n gemak moest houden, maar zij moest haar kankerhond bij zich houden, schreeuwde hij.

Dit soort idioten mag helaas nog vrij rondlopen in Nederland. Ze mogen er nog een onderdanige vriendin op na houden ook. Het heerschap stond alweer te lachen. Hij had ze toch maar mooi de waarheid verteld. Dat hij maar kanker in z’n trainingsbroek mag ontwikkelen.

In de ban van de slang

Sinds ik ruim een jaar geleden ineens een gladde slang voor mijn voeten zag kruipen, ben ik wat in de ban van de slang geraakt. Ik denk niet dat ze echt zeldzaam zijn, maar ze laten zich niet snel zien. In Nederland komen vier verschillende soorten slangen in het wild voor. De gladde slang, de ringslang, de adder en de hazelworm, al is die laatste technisch gezien meer en hagedis dan een slang. De gladde slang is de meest bedreigde soort in Nederland, maar die zie ik dus het vaakst, als we de hazelworm niet meetellen. Vanochtend zag ik er nog eentje, al was die dood.

Vanmiddag fietste ik met mijn dochter en zag achter een hek een typisch vennetje waarvan ik dacht: dit is een slangenparadijs. We parkeerden onze fietsen en stapten over het hek. Terwijl ik het vennetje naderde, sprongen de kikkers van alle kanten de plomp in. Waar kikkers zijn, zijn slangen had ik wel eens gelezen. Pas geleden las ik in de krant dat je hazelwormen onder stukken hout kon vinden, maar dat je wel heel veel hout moest omdraaien wilde je er eentje vinden. Nou nee hoor, het eerste stuk hout wat ik omdraaide bleek onderdak te bieden aan een opgekrulde hazelworm die lag te slapen. Waardeloze krant.

hazelwormIk pakte het beest snel op en liet het aan mijn dochter zien. Die wilde het ook wel vasthouden, alleen was ik bang dat ze het slangetje zou laten vallen dus deden we dat maar niet. De paniek zou ineens kunnen toeslaan en dan vliegt een onschuldig beest ineens meters door de lucht.

Ringslang Toen was het mijn dochter die een groot stuk hout vond. Ik zei dat we daar al onder hadden gekeken, maar volgens haar niet, dus ze rolde het aan de kant. Een dikke zwarte ringslang lag opgerold te slapen en wij stoorden hem daarbij. Het beest had net gegeten kon ik zien aan de verdikking in het midden van zijn lichaam. Het beest realiseerde zich sneller dan dat ik mijn telefoon kon pakken dat het weg moest wezen, maar als een echte Steve Irwin pakte het één meter lange beest bij zijn staart en trok hem terug voor een foto. Een keer of vier moest ik hem pakken voordat ik zeker was dat ik hem op de foto had. Ik wist ook niet zeker of hij me zou bijten, maar dat schijnen ze niet te doen, ook niet als ze gevangen worden. Nou ja, hij staat erop, daarna mocht hij vluchten.

Nu is het alleen de adder nog die ik een keer op de foto moet zien te krijgen. Maar ook die schijnt hier voor te komen, al heb ik hem nooit gezien. Maar zodra ik hem zie, hoort u het.