Vakantiestress

Ik hoorde op de radio een interessante discussie over vakantiestress. Een hoogleraar emotionele nogwat, een psycholoog en onze vertrouwde professor Erik Scherder waren met elkaar in debat over wat er gebeurde met mensen als ze op vakantie waren. De bedoeling was eigenlijk dat ze het niet zo met elkaar eens waren, maar dat waren ze eigenlijk wel. De conclusie was dat op vakantie gaan stress oplevert.

Het grootste probleem daarbij was das als je naar een onbekende bestemming gaat, en je je voorbereidt, je weet wat er daar allemaal is te doen en je die dingen dus ook moet doen anders kijkt het thuisfront toch een beetje raar op. Stel je gaat naar New York en je bezoekt niet het vrijheidsbeeld. Of je gaat naar Australië, en je hebt niet gesnorkeld bij “the great barrier reef.” Je bent in Peru en je hebt Machu Picchu niet op de foto, dat kan toch niet?

Die mensen die bij De Vakantieman niet op de kaart kunnen aanwijzen waar ze zijn, hebben daar geen last van. Ze worden wel uitgelachen door ons soort mensen, maar hun vakantiestress is toch stukken lager. Volgens Eric Scherder moest je ook gewoon doorwerken in je vakantie.

Dat gaat me natuurlijk veel te ver. Vroeger had ik nog interessant werk, toen zou ik me daar iets meer bij kunnen voorstellen. Nu moet ik daar niet aan denken, hoewel mijn Franse leerboeken wel gewoon meegaan, want dat vind ik wel interessant. En verder beperk ik mijn vakantiestress door naar een bekend land te gaan, waar ik de taal begrijp, ik ga met de auto want daar begint het grote genieten, waar het mooi weer is en waar de omgeving mooi is. De Dordogne, deze keer. Mijn collega’s probeerden mijn vakantiestress al te vermeerderen door op te merken dat het een prachtige wijnstreek is. Nu moet ik op zoek naar de beste wijnen uit het gebied, een foto maken van de fles en die op FB plaatsen. En ik hou niet eens van wijn! Ja, wel van rode wijn, maar wat interesseert het mij nu waar die vandaan komt? De druk die alweer op mij ligt! Aargh!

Het buitengebied

Wij zitten weer een paar dagen in Drenthe. Een huis in het buitengebied, met paarden, kippen en een poes die verzorgd moeten worden. In ruil daarvoor zitten wij nu buiten in het launchgedeelte, houtkachel aan, te genieten van de stilte. Een paar merels fluiten de dag uit, nog en half uurtje en het zal hier aardedonker zijn, en kunnen we de sterren zien zoals je ze zelden ziet.

Zwaluwen vliegen hier af en aan de paardenstal in, de hond, die geheel toevallig net zo heet als de eigenaresse van dit huis, bemoeit zich overal tegenaan, en de kippen gaan hun eigen gang. Daar hoef je weinig aan te doen en ik heb al gevonden waar ze hun eieren leggen, dus die zullen we morgenochtend maar eens proberen.

Sommige mensen wonen hier voor hun lol. Het hele jaar lang. We hebben hier ook al wel eens in de winter gezeten. Ook dan is het hier prachtig. En toch weet ik het niet, of ik hier het hele jaar zou kunnen wonen. Boodschappen doen is vijf kilometer verderop. Er komen per dag 10 auto’s door de straat. Als je hier geboren bent, weet je niet beter. Maar dat ben ik niet. Ik vrees toch dat dit soort vakanties voor mij een uitzondering moet blijven. Dat mijn waardering dan het grootst blijft.

Het zweet des aanschijns.

Het is duidelijk dat ik op mijn werk weg moet. Niemand zegt dat, maar ik heb een managersfunctie gekregen zonder mensen onder me. Ik heb ook geen functieomschrijving en heb slechts een paar kleine verantwoordelijkheden. Ik rapporteer sinds kort wederom aan de controller. Dat wil zeggen, hij keurt mijn vrije dagen goed. Voor de rest heeft hij geen idee wat ik doe. En ik niet wat hij doet. Er worden in elk geval geen maandelijkse financiële cijfers in elkaar geflanst, zoals ik dat altijd deed. Ik weet niet wie in deze organisatie een idee heeft hoe het met ons bedrijf gaat. Wij waren Zweeds, toen werden we overgenomen door Amerikanen, en inmiddels zijn de Amerikanen overgenomen door Chinezen. Sinds de eerste overname ben ik bezig aan mijn derde manager. In het begin ben ik nog erg druk geweest om systeem A te integreren naar systeem SAP (Schreck, Angst und Paniek) en nu dat werkt, willen de Chinezen dat we weer terug gaan naar systeem A. Ik heb nog nooit zoveel verdiend als nu, en ik heb er nog nooit zo weinig voor hoeven doen. Niets uit het bovenstaande is overdreven. Ik zou mijn werk in 15 uur per week kunnen.

Vandaag ben ik het trappenhuis gaan stofzuigen. Dat wordt al maanden niet meer gedaan om een of andere vage reden, dus heb ik vier trappen gezogen. Mijn collega’s waren mij dankbaar. Tevens heb ik alle kapotte verlichting vervangen door lampen die boven in het gebouw brandden, daar waar toch niemand zit. Ik ben hartstikke creatief en handig aan het worden. Gezien het jaar dat we achter de rug hebben -kunstknie, opknappen van ons interieur, had ik een fijne baan. Wellicht dat er binnenkort nog een heup vervangen moet worden, dus misschien blijf ik nog wel even. Ik moet wel gaan nadenken over een andere auto. Mijn leaseauto mocht ik niet houden van de Amerikanen. Daar smijten ze dan wel weer een bak geld tegenaan ter compensatie, zodat ik straks echt dik moet gaan inleveren als ik ergens anders weer geld ga opleveren voor een baas.

Of zal ik dit gewoon lekker tot mijn 67e blijven doen in de hoop dat de Chinezen ons vergeten? Nah, niks voor mij. Ik moet zweten en afzien en weinig verdienen, zoals de VVD het graag wil. In het zweet des aanschijns zult gij uw brood verdienen hebben ze in de bijbel laten opnemen. Dat hebben ze me verteld, en ik weet niet beter.

Terugreis.

Zo’n terugreis vanuit Zuid-Frankrijk valt altijd weer een beetje tegen. Het is een eind, van de Middellandse zee naar Lille, maar ik red het nog redelijk makkelijk. Parijs was een ingecalculeerde vertraging, maar Lille niet. Er was daar een ongeluk gebeurd, zeiden ze, maar het enige wat ik zag waren drie burgerauto’s met zwaailicht die zich door de file heen wurmden. Ik verdacht ze ervan dat ze dat alleen maar doen om niet in die file te hoeven staan. Bij Parijs zag ik ook al een politieautootje rustig voortsukkelen totdat het een file in reed en ineens zijn zwaailamp en sirene aanzette. Waarschijnlijk omdat de diensttijd erop zat en de aardappels klaar stonden. Aangekomen bij de plek des onheils in Lille, -een uur later- zag ik ook geen spoor van de drie zwarte busjes die me met een hoop heisa voorbij kwamen en zogenaamd te hulp schoten. Sterker nog, ik zag helemaal niks behalve wat pionnen op de rijbaan en wat strooisel. Ja, dan creëer je wel een file als je bij Lille een rijstrook afsluit.

En als je bij Lille bent, dan ben je er nog niet. Dan moet je ook nog door dat gare België. En ik zeg dat liever niet over onze zuiderburen, maar ik kan er niks anders van maken. Het regende pijpenstelen, en het zicht was zo goed als nihil. Sommige Belgen ontsteken nog niet eens hun licht, maar het leek alsof ik ergens in een regenrace verzeild was geraakt, zoveel spray op mijn voorruit. En ondertussen voel je het bonken van de betonplaten en vlieg je half van de weg omdat je zojuist weer door een gat vol water reed. Dat dat mag in een EU-land! En vlak voor je het beloofde land in denkt te gaan, vindt de Tomtom dat je nog even een stuk van west naar oost moet rijden door België, omdat dat kennelijk korter is. En als je dan eindelijk Nederland binnenkomt via Turnhout, dan wordt het beter, maar Nederland zou daar een keiharde slag kunnen slaan door vanaf de grens hoogwaardig ZOAB neer te leggen. Zodat iedereen weet: België onderontwikkeld, Nederland ontwikkeld.

Het oranje stoeltje

Vias Plage, 1 augustus 2016

Och, ik had zo’n leuk idee. We hadden een opblaasbaar oranje stoeltje gekregen dat in het water kon drijven. Ik zou het stoeltje achter de opblaasboot binden en zo kozen de kinderen en ik het ruime sop. Tammar dobberde aan een touw, een meter of vier achter Hans en mij aan. Alles ging goed, totdat de kinderen een paar honderd meter uit de kust van positie wilden wisselen en het touw losschoot. Het stoeltje dreef snel weg en was binnen de kortste keren vijf meter weg. Toen ik er naartoe wilde roeien pakte de wind het op en gooide het nog eens 10 meter verder. 

Tammar wilde dat ik overboord zou springen om het te halen, maar ik hield het voor gezien en besloot terug te gaan, hetgeen al een behoorlijke opgave was, met twee kinderen in de boot tegen de wind en golven in. Al snel was het stoeltje op zijn weg naar Afrika en uit het zicht. 

Een uur of twee later, tijdens het zwemmen, zagen we het ineens weer drijven. De wind had het weer richting strand gedreven. Ik haalde snel de opblaasboot weer op bij de caravan, maar toen ik vijf minuten later terugkwam was het alweer opweg naar Algerije. We roeiden nog een stukje de zee op maar het was onbegonnen werk. Het stoeltje dobbert nu voor altijd op de zee. Soms zullen zeelieden het in de verte zien drijven, maar voornamelijk dobbert het vrolijk on het rond. Misschien dat een enkele zeemeermin het nog eens gebruikt om lekker uit te rusten. 

Spookhuis

Vias Plage 28-7-2016

Ik had een paar dagen gelden nog gezegd dat ik niet het spookhuis in zou gaan omdat ik Franse spookhuizen eenmaal niet vertrouw. Daar loopt altijd de plaatselijke dorpsgek wat bij te verdienen, en ik sta niet voor mezelf in als iemand mij plotseling aanraakt. Ik zat samen met mijn vrouw te wachten tot onze kinderen, die in het karretje vóór ons zaten, hun rondje hadden voltooid. Aan het einde van het rondje, kwamen de karretjes weer te voorschijn onder luid geknetter waarvan ik vermoedde dat het diende om de vervaarlijk uitziende karretjes een extra versnelling mee te geven zodat het zou lijken of ze op hun achterwielen naar buiten kwamen. Dat was wat ik dacht, maar ik zei tegen mijn vrouw dat het de kettingzaag was die ons in stukken zou zagen. Onze kinderen kwamen inmiddels heelhuids, maar wat witjes naar buiten, en dus ging ons karretje rijden. 

Een liefelijke dame veranderde in een krijsende demoon en alsof dat nog niet genoeg was, klonk er een luide knal vlak bij mijn gezicht. Scary shit en we hadden zonder erbij na te denken onze kinderen eerst laten gaan. We kwamen langs bewegende skeletten, mannen op de pijnbank en hangend aan een galg. Heel anders dan de Julianatoren. 

En toen was er ineens even niks en dan weet je dat het mis is. Daar sprong de dorpsgek met Freddy Kruger masker en kettingzaag te voorschijn. De zaag ging vlak langs mijn oor en ging vooral niet weg. Freddy zat niet vast, als de andere spoken, hij rende je achterna en was ook veel sneller dan het karretje. Ik dook weg om de benen van mijn vrouw te beschermen want ik heb wel eens gelezen dat ze het daar het eerst op gemunt hebben, dorpsgekken met kettingzagen. Goed, we leven nog, ik heb alleen Freddy niet kunnen uitschakelen. La prochaine fois. 

Carcassonne

Vias Plage 26-7-2016

Carcassonne is een mooi stadje aan de voet van de Pyreneeën. Mooi is een understatement, het is meer een wonder. Dat de stadsmuren en de torens er nog staan is een wonder, en dat ze dat vroeger hebben kunnen bouwen is een nog groter wonder. 

Een stadje, hooggelegen, omringd door muren en met uitzicht op een naderende vijand. Niet dat de vijand wist van het bestaan van het stadje, want zo groot is het nu ook weer niet. Nee, dan begrijp ik de muren rond Avignon beter, dat lijkt meer een stad van betekenis. Net als dat je onbekende politici hebt die hun vakantie afbreken vanwege een ongeregeldheidje in eigen land waar de premier niet voor terugkomt om zo wat publiciteit te vergaren, zo had je blijkbaar ook stadjes die zichzelf een muurtje cadeau deden. 

In Avignon heeft het middeleeuwse leven zich voortgezet, waar Carcasonne toch vooral een bezienswaardigheid is geworden. Avignon maakte op mij nog meer indruk. Niettemin is het stadje werelderfgoed volgens de lijst van Unesco, waar ook wel eens zaken op komen waarvan je denkt: het zal wel, maar in dit geval kan er weinig twijfel over bestaan, want indrukwekkend en zeldzaam is het zeker.