Bella Italia

Naast mij, schutting ertussen, zitten de buren hun vakantieplannen te bespreken. Italië gaat het worden. Veel mensen gaan graag naar Italië, maar ik niet. Ik spreek immers geen Italiaans. Ik vind het een prachtig land, maar iets klopt er niet. De mooiste auto’s komen er vandaan, dat staat buiten kijf, maar er is toch iets wat me tegenstaat: het Italiaanse eten. Ja, natuurlijk, lasagna, spaghetti en macaroni met balletjes lust ik graag, maar wat komt er ook een hippe shit vandaan zeg! De namen ervan staan me al meer tegen dan de smaak. Neem me de spelfouten even niet kwalijk, maar Latte Macchiato, Pesto, Cappuchino, Ayoli, Mozzerella, Risotto, Spinata Romana, Tiramisu… Als ik het hoor heb ik al gegeten en gedronken. Ik weet zeker dat als het niet zo mooi had geklonken, niemand het had gevreten.

Dat is helaas ook Italië, die taal, die hartstocht, die emotie, die muziek, dat wil iedereen wel terwijl het lang niet voor iedereen is weggelegd. Voor mij niet in elk geval. Als mensen mij horen zeggen dat ik even sta te genieten van een geurige kop Latte Macchiato, schieten ze in een lachstuip. Dat past toch helemaal niet? Ik drink gewoon koffie. En ik eet spikkeltjesworst, geen Spinata Romana.

Cardiovascular disease

Laatst, toen er bij Tammar bloed afgenomen moest worden, en ze wat nerveus was, vroeg ze aan mij of dat mij ook wel eens gebeurd was. Ja hoor, antwoordde ik. Wel een paar keer. Bij de militaire-dienstkeuring, o.a. daar vroegen ze of ik de prik lekker vond, en toen ik ja zei mocht ik nog een keer, zeiden de stoere mannen met de mislukte carrière. Later kreeg ik een ansichtkaartje van ze met daarop mijn bloedgroep. Ik weet hem niet meer.

Wat ik nog niet wist toen Tammar het vroeg, is wat ik nu weet, dat ik binnenkort weer bloed mag laten afnemen. En daarbij maken ze een CT-scan van mijn hart. De artsen hebben namelijk ontdekt dat ik in mijn niet aflatende naïviteit, in mijn eeuwige misleidende gedachtengang dat dit hooguit anderen zou kunnen overkomen maar mij toch nooit, mijn medewerking heb verleend aan een wetenschappelijk medisch onderzoek, waarbij ik in een bepaalde groep zou worden ingedeeld, en waarvan ik dacht dat ik in de referentiegroep zou worden ingedeeld. Maar nee, interventiegroep B, en dat betekent nu dat ik me mag melden in het belang van de wetenschap.

Net als Trump en Robbert Dijkgraaf twijfel ik aan de wetenschap, want zou niemand aan ze twijfelen, hadden ze geen enkele drijfveer om beter te worden. Een berekening die ik heb gemaakt laat zien dat slechts 5% van wat we weten, ook werkelijk waar is. Bovendien hebben we geen enkel idee welke 5% dat precies is. Daarom heb ik me opgegeven, zodat we langzaam naar de 5,1% kunnen. Mack dient de wetenschap, altijd.

Repeterende droom

Ik had hem vannacht weer, mijn repeterende droom. Ik moet u er helaas mee vermoeien, want zo kan ik in naam van de wetenschap bijhouden wanneer de droom kwam. Overigens geloof ik dat het een nietszeggende repeterende droom is, en geen waarschuwende.

Ik had mijn zwarte Peugeot 205 GTI nog, ik was vergeten hem te verkopen, en al die tijd had hij ergens ongebruikt gestaan. Andere keren dat ik erover droomde reed ik ermee, maar was de benzine bijna op, en tanken was kennelijk niet mogelijk, maar dit keer had ik hem laten opknappen in de garage om de hoek. En hem niet alleen, ook mijn Rode Fiat Punto GT had een grote beurt gekregen en was weer klaar voor gebruik. Ik verheugde mij op de rit naar mijn werk.

Ik heb deze droom zoals gezegd repeterend, en dit was de eerste keer, dus het is nu afwachten wanneer hij weer terugkomt.

Victory was mine

Ik heb mijn rib gekneusd denk ik. Het doet goed zeer bij elke hoest en elke beweging. Toen het gebeurde voelde ik niks, ik zat vol adrenaline. Ik was in gevecht met een collega die mij vaak tot het uiterste tergt. De jongeman die wekelijks in de sportschool is te vinden heb ik al twee keer eerder verslagen en ik denk dat dat hem een beetje dwars zit. Hij is twintig jaar jonger, maar daar staat tegenover dat ik twintig jaar ouder ben.

Eerlijk gezegd verbaast het mij ook een beetje dat ik nog steeds win, maar judo zit kennelijk nog in mijn systeem. Hij viel me aan, pakte mij bij m’n been en ik maakte me wat zorgen over dat hij me op de grond zou krijgen. Maar gelukkig kon ik overnemen, mijn arm om z’n nek en zo dook ik zelf naar de grond, hem over mijn heup slingerend zodat we beiden op de grond belandden, maar ik bovenop met hem gelijk in een houdgreep. Die trok ik zo strak aan dat hij zich overgaf en ik daar denk ik mijn rib kneusde. Het interesseerde mij niet meer dat we beiden door een glazen systeemwand heen zouden kletteren, zo gedreven was ik om te winnen.

Victory was mine en de ruiten bleven heel. Judo is een mooie sport, waarbij je je tegenstander uitschakelt zonder hem te verwonden. Het is alleen niet de bedoeling dat je jezelf wel blesseert natuurlijk. Maar goed, dat weet hij niet, dat heb ik mooi stil gehouden.

Milo

Dat leek me nu een leuk grapje, mijn vorige logje heet Millau, en deze heet dan Milo. Overigens spreek je Millau uit als Miejo,  dat wist u vast niet. Milo is onze logeerhond. Net zo groot als de onze, alleen met een wat breder lijf en een dikke doggenkop.
Milo

Een ontzettend lief beest, maar toch zal ik blij zijn als hij morgen weer wordt opgehaald. Het is best een opgave, als je ze alletwee uitlaat en ze beginnen te trekken. Dan moet je toch alle zeilen bijzetten om ze tegen te houden. En aangezien Milo een mannetje is en het niet accepteert als een ander mannetje iets te vrij met Randi omgaat, wil hij zich nog wel eens laten gelden. Verder is hij ongevaarlijk, behalve als je op de bank zit en hij komt je begroeten. Dan zet hij het liefst zijn poten op je schouders en begint je te likken. Zonder zwemdiploma’s overleef je dat niet. En je kunt een klap krijgen van zijn zwiepende staart als je niet uitkijkt.

De laatste tijd is het wat onrustig in de buurt en ik zag twee politiemotoren met zwaailicht achter twee rendende jongemannen aan zitten. De volgende dag hoorde ik de sirene van twee kanten komen. Gisteren was het weer raak met herriemakende jeugd en ik besloot er zelf heen te gaan. Uiteraard vergezeld van Randi en Milo. Ik trof twee jongens en twee meisjes aan, en vroeg of alles goed was. Dat was het, en of het met mij ook goed was. Ja, ook wel, en ik liep door. De honden trokken aan hun riemen, en wilden op de jongens af. Met kwispelende staarten, dat vond ik jammer. Maar dat zagen ze niet. Zometeen ga ik er weer even langs. Nobody fucks with Mack. Or Randi. Or Milo.

Wapenstok

De politie krijgt een langere wapenstok. U bent dus gewaarschuwd. Het ding is telescopisch en wordt met een klik ineens een stuk langer. Dat betekent dat de burger zich weer beter moet leren verdedigen. Dus haalt een agent naar u uit terwijl u alleen maar te lang geparkeerd heeft, spring dan of achteruit, of, maar dat is voor gevorderden, in zijn richting. Maar blijf in elk geval niet staan, want een klap met zo’n stok komt behoorlijk aan. Het beste is als u een nog langere stok pakt, als die toevallig voorhanden is, en de agressieve agent op andere gedachten brengt. Uw mond is dan uw beste wapen. Dat het niet echt redelijk van hem is wat hij aan het doen is, en dat als hij gewoon een geweldloze boete uitschrijft, u geen valse naam zult opgeven. Mocht hij echt niet voor rede vatbaar zijn en hij dreigt zijn vuurwapen te gebruiken, neem hem dan in een nekklem of de heimlich greep. Blijft hij echter zich verzetten, geef de agent dan afwisselend vijf slagen met de vlakke hand tussen de schouderbladen en vijf buikstoten, net zolang tot loskomt wat hem dwarszit.

Bijna zou de politie uitgerust zijn met een taser. We mogen echt van geluk spreken dat dat niet doorgaat, want dan had ik het zo snel ook even niet geweten. De taser jaagt 50.000 volt door uw lichaam en het enige wat je op zo’n moment nog kunt doen is hopen dat je tegen de agent aanvalt. Maar de kans is klein. Je zult wel weer tegen je eigen auto aanvallen, en dan heb je nog een deuk ook. Misschien een plastic vest dragen als u vermoedt dat je parkeertijd verstreken is?

De politie had overigens liever de taser gehad dan de verlengde wapenstok, maar daar hebben ze eigenlijk geen goed argument voor. Ja, die suïcide van vorige week waarbij die jongen zich opzettelijk liet doodschieten door op de agent af te lopen en een trekkende beweging te maken (zo stond het in de krant, ik vond het ook vreemd gedrag) had dan voorkomen kunnen worden. Nu was het juist net niet de bedoeling dat het voorkomen werd, en bovendien, moeten we nu ook al rekening houden met mensen die schietend op de politie aflopen? Ik zeg, nooit doen. Luister gewoon naar de politie, dan is er niks aan de hand. Ene oor in, andere weer uit, moet u dan maar denken.

Rockstar

“Maurice, you are a rockstar!” schreef een collega die ik niet ken mij vandaag nadat ik haar ergens bij had geholpen. Ik vermoed dat ze Amerikaanse is en dat ze dacht mij hiermee te complimenteren. Nou, dat klopt! Da’s het aardigste wat ik vandaag heb gehoord. Ik heb haar zojuist even opgezocht op LinkedIn en inderdaad, mijn vermoeden is juist. Ik hoor de laatste tijd steeds vaker dat Amerikanen hele vriendelijke, behulpzame mensen zijn. Dat is compleet in tegenspraak met de signalen die ze via Hollywood uitzenden, dus misschien ben ik finaal op het verkeerde been gezet. Ik dacht altijd dat het een stelletje oppervlakkigen waren die de hele dag acteren dat ze sociaal zijn. Ikzelf ben tenminste nog oprecht oppervlakkig.

Maar dat Rockstar. Ik weet dat “you rock” een positieve wens is, dus dit leek me daar de overtreffende trap van. Ze noemde me bewust geen accountant, hoewel ik haar wel had geholpen met accounting. Maar zelfs ik vind (inmiddels) rockstar toch een groter compliment dan accountant. Terwijl ik toch echt meer aanleg voor accountant heb dan voor rockstar. En toch brengt ze me licht aan het twijfelen. Had ik toch niet door moeten studeren voor rockstar?  Mick Jagger en ik, ik en Mick Jagger. Het voordeel van rockstar worden is dat de kans een stuk kleiner is dat je kaal wordt dan bij accountant. Kijk maar eens naar al die rockbands. Er zit zelden een kale bij. Terwijl ze dat echt nog niet wisten toen ze begonnen met rocken, lijkt mij.

Morgenochtend om half negen mag ik weer aantreden. Ik geef een concert. Misschien komt ze even backstage. Ik zal even genieten van deze roem voor zolang het duurt. En dat duurt tot ik alle gegevens heb aangeleverd die ze nodig heeft. Als ik daarna nog steeds een rockstar ben, dan herzie ik mijn mening over Amerikanen.