Daar ging je bijna.

Ik trapte net voor het eerst van mijn leven door de remmen heen. Ik dacht dat dat een jaren zeventig gevaar was. Even daarvoor had ik nog op hogere snelheid moeten remmen, als het daar was gebeurd had de auto het niet kunnen navertellen in elk geval. Nu was het in het dorp, er kwam een auto van rechts, ik remde maar er gebeurde niks en ik reed zo de kruising op. De auto van rechts bleef gelukkig staan en ik kon er langs. Ik dacht in eerste instantie dat het ABS ingreep en dat het glad was, maar er was waarschijnlijk een remleiding gesprongen. In de eerste versnelling reed ik naar de garage en parkeerde hem daar. Ik had de auto vlak daarvoor nog door de wasstraat gehaald en uitgezogen. Een hond achterin was onrustig door het vuurwerk en door het langzame rijden en sprong uit de kofferbak op de achterbank en de voorstoel met z’n smerige poten. Dat vond ik haast erger dan die kapotte rem. Terwijl ik gewoon geluk had dat dit niet drie minuten eerder gebeurde, want toen remde ik een stuk harder.

Er zit in moderne auto’s -deze is 16 jaar oud- een diagonaal gescheiden remsysteem, dat is speciaal bedoeld voor als er een remleiding springt. Dan heb je dus nog één rem voor en één rem achter. Nou vergeet het maar dat je daar iets aan hebt. De remkracht die je dan nog hebt is vergelijkbaar met het zwemmend proberen tegen te houden van een veerpont.

Advertenties

Sissi

romy Er staat hier een kerstfilm aan, Sissi. Het was natuurlijk 1955 en het was een mierzoete tijd, maar ik kan er niet naar kijken. Mijn vrouw, die normaal naar koppenrollende zombieseries kijkt, zwijmelt in haar eentje weg. Franz Joseph, wat een sukkel zeg. Hij doet me denken aan die scherpschutter uit Inglourious Basterds. Het nazigehalte is trouwens toch veel te hoog in deze film, al bestonden er nog helemaal geen nazi’s. Maar je ziet hier de basis gelegd worden. Met Romy Schneider is het trouwens niet goed afgelopen. Nog een tijdje getrouwd geweest met Frankrijks held Alain Delon -geef haar eens ongelijk, weg uit dat suikerspinnenweb van Sissi films- maar dat was een eenmalige opleving die gedoemd was haar leven in een neerwaartse spiraal te storten. Roken, drank, drugs en de dood van haar zoontje deden de rest en op 43-jarige leeftijd was het klaar met Romy. Begraven in Parijs. Bij haar zoon David in het graf. Dat dan weer wel. Straks komt Scrooge. Met hem loopt het beter af. Gelukkig maar. Het is kerst.

Sil de strandjutter

Tesselaars hebben een grijze lange baard en een donkerblauwe kabeltrui, zo kun je ze herkennen. De mannen hebben daarbij ook nog een schipperspet op hun hoofd. Ik vraag mij af hoe de Tesselaars dat nu vinden, dat hun eiland ontdekt is door de vastelanders. Mijn eerste herinnering is op dit eiland. Het moet 1972 zijn geweest, ik was twee en een ander jongetje had mijn autootje gepakt. Of ik die van hem, en hij had hem weer teruggepakt, dat staat me niet meer goed bij. Maar ik was hier met mijn ouders en grootouders van moeders kant. Ik liep nu op het strand en moest denken aan Sil de Strandjutter. Die ken ik helemaal niet, en nu ik hem napluis blijkt hij van Terschelling te zijn, maar je moet hier toch ook goed hebben kunnen strandjutten zo’n honderd jaar geleden. Nu niet meer. Er lag een plank, een dode meeuw, en verder veel schelpen. Maar daar kun je niet van leven, heden ten dage. Anders wist ik het wel.

Een enkele reis naar Texel

Dat je met je gezin naar Texel gaat, met twee auto’s omdat je niet zeker weet of je weer eerder terug moet, en om kosten uit te sparen laat je de ene in Den Helder staan. En dat je door bepaalde omstandigheden ineens twijfelt of je de auto wel op slot hebt gedaan, en je dan al op de boot naar Texel zit. En dat je op je mobiele telefoon de handleiding van je auto downloadt om tevergeefs te zoeken naar informatie over vanzelf op slot gaande deuren. We waren in het huisje aangekomen toen ik besloot terug te gaan naar Den Helder. Het duurde tien minuten eer ik de uitgang van het vakantiepark in het donker had gevonden, ik moet de ergernis hebben gewekt van vele vakantiegangers door verhit over de paadjes te scheuren met zeker drie keer de toegestane snelheid van 15 kilometer per uur. En daarna vol gas over dat mistige eiland, op zoek naar die gare boot. Ik had het eigenlijk al gehad met Texel. Bij de boot aangekomen parkeerde ik de auto, zocht naar een kaartjesloket maar ik kon er zo op. Ik bestelde een koffie en vroeg maar even of het voor voetgangers gratis was, omdat ik er zo op liep. Dat klopte, zei de koffiejuffrouw, want ik had op de heenweg al een retourtje betaald tenzij ik was komen zwemmen. Een enkele reis naar Texel bestaat niet. Mijn auto was niet afgesloten. Ik parkeerde hem nog op een betere plek zodat ik helemaal het gevoel had dat mijn reis naar het vasteland niet voor niks was geweest. Ik moest daarna een uur wachten op de retourboot, en in die tijd schreef ik voor u dit logje.

Dry needling

Lag ik gisteren op de behandeltafel bij de fysiotherapeut, wegens stekende pijnen in mijn linkerbeen, had ik er al drie dagen geen last van. De therapeut testte mijn heuprotatie aan de linkerkant, en die was niet best. Amper beweging in te krijgen. Tevens was de spierspanning in mijn linkerbeen tien keer zo hoog als in mijn rechter, al moet hier worden aangemerkt dat tien keer zo hoog waarschijnlijk gewoon ‘hoger’ betekende. Ik had van dat alles niets gemerkt. Met een niet roterend been kun je kennelijk prima leven. Ik loop dagelijks met de hond, en kan gewoon een bocht nemen.

Tevens zit er een s-bocht in mijn wervelkolom. Dat wist ik natuurlijk wel. Het is geen haarspeldbocht, maar toch, recht is anders. De therapeut rekte de boel wat op en binnen de kortste keren bewoog mijn heup al beter. Echter was mijn musculus quadriceps femoris aan de linkerkant wel een stuk korter dan aan de rechter. Dat verontrustte me wel een beetje, ook nadat hij het had uitgelegd. Die moet ik nu oprekken van hem, met oefeningen. Die doet zo´n therapeut dan voor, jij slaat ze aandachtig op, en vervolgens doe je er thuis niks meer mee. Zo gaat dat bij mij tenminste.

Hij stelde een dry-needling behandeling voor. Dan moet je eerst een verklaring tekenen dat als je overlijdt op de behandeltafel, je hem niet als geest zult “haunten”. En dat je er allerlei bijverschijnselen van kunt krijgen met als meest waarschijnlijke, een blauw plekje op de plek van de naald. Ik heb nog niet gekeken, want mijn heup mag dan beter draaien, ik kan nog steeds niet op mijn kont kijken. Ik heb niet het gevoel dat het ergens toe dient, maar weg is weg.

3424

Ik zit net even in mijn bloggeschiedenis te kijken, en het blijkt dat ik al ruim 3400 logjes heb geschreven. Volgens mij als je die allemaal achter elkaar zet, heb je een dik boek. Dat moet wel. Het probleem is dat het geen samenhangend verhaal is, dus ik kan geen roman op mijn naam zetten. Of ik moet er bruggetjes tussen proberen te bouwen en doe het gewoon af als een Tarantino verhaal. En dan sta ik voortaan op 1, net als Pulp Fiction.

Er zal wel meer voor nodig zijn, dus over tot de orde van de late avond. Ik vroeg mij af of het leven er beter op wordt met het vorderen der jaren en ik kan daar geen eenduidig antwoord op geven. Het was vroeger wel eenvoudiger, en naar mijn mening is eenvoud goed. Er was meer zwart en wit en er was meer ja of nee. Zo vraag ik me af of het in het jaar 2200 nog een beetje leuk zal zijn hier op aarde. We zullen ons vervoeren in zelfrijdende auto’s, en we hebben een chip ingeplant gekregen waarop al onze gegevens staan, zodat we niets meer mee hoeven te nemen. We zullen altijd van iedereen weten waar hij is, en we zullen nog beseffen hoe zinloos alles is. Werken doen we niet meer, want robots hebben alles overgenomen. We worden erg oud, wel 200 jaar, en we vervelen ons kapot want de fantasie doet het niet meer. Meisjes en jongens zijn er niet meer, alles is genderneutraal, en wee je gebeente als je het waagt om bij de geboorte van een kind te vermelden van welk geslacht het is. Televisie is iets van lang geleden, en alle grappen zijn ook wel verteld. Het verlangen naar een allesvernietigende waterstofbom wordt steeds groter.

En uiteindelijk zal er ook een waterstofbom ontploffen. Al was het de zon maar, maar daar zullen we wat langer op moeten wachten. We zitten nu precies in de overgangsfase van toen het leven nog spannend en onvoorspelbaar was, naar een tijd van dodelijk saai en voorspelbaar. Zo zie ik het. Het gaat er met de voortgang van de techniek niet beter op worden. Het evenwicht tussen wat de wetenschap ons moest brengen om het leven beter te maken, en wat het ons verder nog gaat brengen om ons leven zinlozer te maken, is bereikt. Hierna komen alleen nog maar nutteloze uitvindingen die alleen de wetenschap zelf dienen, en niet meer de mens. 3424 was dit. Om vrolijk de week mee te beginnen.

Kerstdiner

Ben gisteren weer eens uit eten geweest met mijn werk. Een zevengangen tent, met uitleg over wat je krijgt. Inmiddels heb ik het daar wel mee gehad. Uit respect voor de meisjes die hun verhaal staan te doen, luister ik wel naar wat voor wijn ik krijg, maar het interesseert me geen ene reet. Ook alle details van het eten boeien me niet. Ik kan er dan ook wederom niet veel over vertellen, maar ik ga het toch proberen. Het begon met een amuze. Ik ben gek op amuzes, ooit zou ik nog wel een amuzestruik in de tuin willen hebben. Daarna kwam er iets groens in een schaaltje. Er zat ook kaviaar bij. Erg lekker. Eendeborst heb ik gezien. Risotto. Hertenbiefstuk. Rabarberijs. Allemaal lekker, maar vergeleken bij babi pangang stelt het niet veel voor.

Ik nam maar af en toe een slokje wijn, ik moest nog rijden. En een bobarrangement klinkt leuk, maar daar word je straalbezopen van. Zeven keer een half glaasje wijn is volgens mij nog veel te veel. Dus ik hield het bij twee halve glaasjes. Maar, dan zul je net zien, dan krijg je net geen uitleg, dus ik protesteerde. Wat voor mijn collega weer aanleiding was om de serveerster (daar is vast een mooie engelse term voor) erbij te roepen om toch nog even uitleg te komen geven. Geen idee meer, maar het zou de smaak van de hertenbiefstuk versterken. Ik zei dat ik de proef op de som ging nemen, want ik hou niet van lulverhalen. Dus eerst een hapje hertenbiefstuk, toen een slokje wijn, en toen nog een stukje hertenbiefstuk, en inderdaad, de biefstuk smaakte ineens enorm naar witlof, constateerde ik. Dat scheen te komen omdat ik ook witlof nam in plaats van biefstuk. Nou ja, ik had het even niet gezien.

Ik ben een beetje klaar met deze aanstelleritus. Ik ben verdorie 48 en moet ik mijzelf nu nog steeds voor de gek houden? Er kwam nog een gang met een enorm bord met iets enorm kleins erop. Ik kon het niet laten om tegen mijn collega te zeggen dat mijn bord niet goed was afgewassen. Hij moest daar erg om lachen, en gelukkig maar, ik heb ook wel eens met iemand gezeten die dan zei: ja, als je niet van lekker eten houdt, dan moet je niet naar zo’n restaurant gaan. Sta je gelijk te boek als iemand die van goor eten houdt, en in zijn eigen hoofd klopt die onzin allemaal weer. Nee, mij niet gezien. Morgen weer een kerstdiner met m’n andere werk. Pfff.