De druk van de vrijheid

Mijn eerste auto was een Fiat Panda, en ik was er blij mee. Geen ABS, geen centrale vergrendeling met afstandsbediening, geen elektrische ramen, er zat meer niet op dan wel. Deze week reed ik een Renault Twingo, vergeleken bij de oerpanda een hotel op wielen, maar wat een ramp. De totale zit is uit verhouding. Ik zat op 1 meter hoogte en mijn armen waren net te kort om het stuur te bereiken als ik met mijn benen goed zat. Als ik wilde inhalen moest ik minimaal een kwartier van te voren de manoevre gaan inzetten en vast richting aangeven.

Het was dan ook een echte bevrijding toen ik vanochtend mijn eigen auto weer kon ophalen. In het Twingootje verveelde ik me te pletter onderweg, in mijn eigen auto is veel meer te doen. Over bevrijding gesproken, ik geloof al die bevrijdingsfestivals niet. Gewoon niet. Gewoon een feestje, zoals tegenwoordig elke gelegenheid wordt aangegrepen om feest te vieren, maar de vrijheid vieren, ik geloof er niet zo in. Misschien mijn zwarte inslag.

Vrijheid brengt ook veel ellende met zich mee, namelijk dat anderen mogen doen wat jij niet leuk vindt. Zoals al die verrekte buitenkookfornuizen voor mannen, of hoe die dingen ook heten. Ik heb het gevoel dat je er niet meer bijhoort als je niet zo’n ding in je tuin hebt en met een schort voor loopt. Mij stoort het mateloos, de foto’s op facebook van weer zo’n blije vent met een schort een een gasfornuis in de tuin. Het boezemt me ook angst in. Straks wordt dat ook van mij verwacht. Witte wijn, pesto en wat olijven erbij, en ik hoor er helemaal bij. En dat is wat ik eng vind aan vrijheid. U denkt misschien dat ik vrij ben om geen buitenkooktoestel te kopen, pesto of olijven te happen, maar zo is het niet. Het is de druk van de vrije maatschappij die ik voel om een moderne man te worden.

4 mei

Tijdens de dodenherdenking, en met name tijdens de twee minuten stilte, was ik in lichte trance. Ik bekeek het beeld van de dam, hoorde wat vogels, zag de koning, en toen het voorbij was bedacht ik: oeps, ik heb niet aan de doden gedacht.

Ik dacht zojuist dat als mijn opa niet in 1985 was overleden, hij nu ongeveer de oudste man ter wereld zou zijn. Ja, ha ha, wat een logica. Maar toch! Van 1901 was hij. Twee wereldoorlogen meegemaakt. Vaag leven geleid. Hij had kinderen uit een eerder huwelijk en was niet getrouwd met mijn oma. Mijn tante is de halfzus van mijn moeder, en er zit nog een oom tussen van wie wij niet eens weten of hij nog leeft. Ik vond mijn opa wel een grappige man. Zijn wang voelde als schuurpapier, en hij had een houten stok, maar hij maakte wel grapjes. “Jongens, wat ligt daar op straat, is dat een kroket?” “Nee, dat is een drol opa,” en hij had lol. Misschien dat u nu snapt van wie ik die flauwe humor heb.

Om terug te komen op dodenherdenking, ik heb zojuist mijn opa herdacht. Geen slachtoffer van de tweede wereldoorlog, maar goed, sommigen willen de dodenherdenking toch breder trekken, waar anderen daar weer faliekant tegen zijn. Het is immer een punt van discussie. Mede dankzij de gevallenen mogen we de discussie hier voeren. Als we nu in het 1000-jarige rijk hadden geleefd, werd het ons medegedeeld wat we ervan mochten vinden.

Verdraagzaamheid

Je hebt mensen die hebben hun hond niet in alle situaties onder controle. Ik ben er daar één van. De hond is lief naar mensen, maar niet naar sommige andere honden. Naar de meeste honden wel, maar soms, als je het niet verwacht trekt ze ineens je arm bijna uit de kom, en sleept je woest grommend voort, rugharen overeind, richting andere hond. Als ik mijn evenwicht hersteld heb, ben ik al even woest, hang haar op aan die riem, grijp haar bek en knijp die dicht, dwing haar tot zitten en langzaam en luid protesterend komt ze dan tot bedaren. Ik moet haar echt meer pijn gaan doen, want ze leert het maar niet af.

De kat is haar belletje kwijt en kwam net voor de zoveelste keer met een vogeltje thuis. Ik rende haar achterna, en zij peerde hem, met prooi. Na een paar keer jagen van mij, liet ze haar nog levende prooi los, die ik toen oppakte en op een hoge veilige plek neerzette zodat die hopelijk herstelt, en ik greep de kat. Die verzet zich natuurlijk met klauwen en tanden, en ik pakte haar in haar nekvel. Luid kermend protesteerde ze en draaide zich naar mij en zette weer vier klauwen in mijn arm. Ze zet op één of andere manier niet echt door, want dan zou ik open liggen, en ik hou mezelf maar voor dat ze goed snapt dat ze dan een rotschop krijgt.

Soms erger ik me dood aan onze beesten en kan ik ze wel een knal verkopen. Maar als ik dan op facebook een stukje lees van natuurmonumenten over loslopende honden, en ik zie half hondenhatend Nederland daar los gaan, dan erger ik me nog veel meer. Ik pleit voor meer verdraagzaamheid. Van mens naar hond, van hond naar kat, van kat naar vogel, van mens naar mens, van hond naar hond, maar vooral van mens naar facebook. Soms denk ik dat deze nationale klaagmuur nooit uitgevonden had moeten worden.

Weerstand

Wat mij ergens irriteert, hoewel dat niet helemaal het juiste woord is, is dat mensen niet echt oud worden. Hoeveel mensen er nu al dood zijn ten opzichte van 35 jaar terug, het is niet normaal. Neem nu alle hoofden van de middelbare scholen waarop ik zat, allemaal dood. Ook veel leraren hebben inmiddels het loodje gelegd. En waar slaat het op? Het hoofd van de Mavo waar ik zat, dhr. Bosman, was hooguit 60 destijds. Dan had hij nu makkelijk 95 kunnen zijn, of op zijn minst slechts een paar jaar geleden zijn overleden. Maar nee, de man is al bijna drie decennia dood.

Deze gedachte overviel mij laatst en verontrustte me. Mensen die al van middelbare leeftijd waren toen ik klein was, die kunnen nu toch nog makkelijk in leven zijn? Dat is toch niet teveel gevraagd? Ja, natuurlijk is het wel teveel gevraagd. Ik wil gewoon graag vasthouden aan het verleden, het niet kwijtraken of vervreemden van alles.

Toen ik 16 was, liep er altijd een oude man met zijn hond door de straat. De hond was nog ouder dan hij, dus de man liep voorop, en de hond sjokte er achteraan. Soms poepte hij midden op straat, omdat de hond eenmaal te oud was om het nog te snappen. Ik weet nog hoe hij heette want ik bracht de krant bij hem.

Tot mijn grote vreugde zag ik de man vandaag lopen. Nauwelijks veranderd, wat witter nog en ietsje brozer. Maar hij stak de straat over en liep naar zijn auto. Hij reed dus nog auto ook. Eindelijk werd er eens weerstand aan de tijd geboden.

Als ik koning was

Om één ding ben ik toch wel blij, en dat is, ondanks Maxima, dat ik Willem-Alexander niet ben. Je zult elk jaar op je verjaardag je nette pak aan moeten trekken, ergens in een stad op bezoek gaan en je beste humeur moeten meenemen. Zwaaien, lachen en positief praten. Natuurlijk, hij doet het prima en zijn vrouw is onvermoeibaar en weet exact op het juiste moment te lachen, maar toch! Kleine Ariane had er de meeste moeite mee vandaag. Gapen, een iets te serieuze blik en plichtmatig zwaaien. Ik had een beetje medelijden met de kleine meid, die evenwel in wieg is gelegd om prinses te worden.

Maxima lijkt van zo’n dag te genieten. Het protocol heeft van haar wel een koningin gemaakt die de juiste dingen zegt, maar zodra ze muziek hoort staat ze mee te deinen en te zwaaien op een manier waar alle andere leden van het Koninklijk Huis bij in het niet vallen. Op geheel natuurlijke wijze eist ze de aandacht van de camera op en geen enkele andere prinses komt qua charme ook maar bij haar in de buurt.

Nee, als ik koning zou zijn, dan werd het lastig want ik heb heel veel moeite om dingen te zeggen die ik niet meen. En ik weet dat bijna iedereen dat heeft dus lossen veel mensen dat op door dingen te gaan menen die ze niet menen. Ze maken zich dingen wijs die het makkelijker voor ze maken om niet tegen confrontaties aan te lopen. In het bedrijfsleven is het heel normaal om dingen te zeggen en te doen die je niet meent. Je klapt als je baas weer op ongemakkelijke wijze een toespraakje heeft gehouden, je zegt dat je enthousiast bent over het laatste product, en je bent een enorm gedreven persoonlijkheid.

In je vakanties ga je langzaam inzien dat het leven wat je normaal leidt niet klopt. Dat je eigenlijk helemaal niet zo enthousiast bent als je baas je belt. Dat het eigenlijk veel leuker is om rustig op een ligbedje te liggen. Daarom mag je ook nooit lang op vakantie. Omdat het verkeerde gevoel niet mag gaan knagen. Na je pensioen mag dat gevoel komen, want dan ben je niet meer nodig. Vandaar dat prinses Beatrix niet meer meeloopt op Koningsdag. Die is echt helemaal klaar met die onzin.

Wat ik wel echt grappig vond, was dat ze de microfoon van Roy Donders hadden uitgezet. Zo kon de man lekker zingen, en had niemand er last van.

Cardiovascular disease

Laatst, toen er bij Tammar bloed afgenomen moest worden, en ze wat nerveus was, vroeg ze aan mij of dat mij ook wel eens gebeurd was. Ja hoor, antwoordde ik. Wel een paar keer. Bij de militaire-dienstkeuring, o.a. daar vroegen ze of ik de prik lekker vond, en toen ik ja zei mocht ik nog een keer, zeiden de stoere mannen met de mislukte carrière. Later kreeg ik een ansichtkaartje van ze met daarop mijn bloedgroep. Ik weet hem niet meer.

Wat ik nog niet wist toen Tammar het vroeg, is wat ik nu weet, dat ik binnenkort weer bloed mag laten afnemen. En daarbij maken ze een CT-scan van mijn hart. De artsen hebben namelijk ontdekt dat ik in mijn niet aflatende naïviteit, in mijn eeuwige misleidende gedachtengang dat dit hooguit anderen zou kunnen overkomen maar mij toch nooit, mijn medewerking heb verleend aan een wetenschappelijk medisch onderzoek, waarbij ik in een bepaalde groep zou worden ingedeeld, en waarvan ik dacht dat ik in de referentiegroep zou worden ingedeeld. Maar nee, interventiegroep B, en dat betekent nu dat ik me mag melden in het belang van de wetenschap.

Net als Trump en Robbert Dijkgraaf twijfel ik aan de wetenschap, want zou niemand aan ze twijfelen, hadden ze geen enkele drijfveer om beter te worden. Een berekening die ik heb gemaakt laat zien dat slechts 5% van wat we weten, ook werkelijk waar is. Bovendien hebben we geen enkel idee welke 5% dat precies is. Daarom heb ik me opgegeven, zodat we langzaam naar de 5,1% kunnen. Mack dient de wetenschap, altijd.

Mijn allerliefste liefie

Dochter en ik zijn al een maand aan het kwakkelen. Zij net een weekje langer. Hoesten, overgeven, koorts, ellende. Vandaag ging ik met haar naar de huisarts. Ze had al antibiotica, prednison en puffers gekregen, het hoesten is er nu bijna onder, maar ze kreeg weer koorts en moest overgeven. Onze eigen huisarts was met vakantie dus kregen we een invaller. Aardige man, en Tammar had hele verhalen, hetgeen de dokter wel amusant vond.

Een uurtje later moest ze bloedprikken. Ze was wat nerveus en vroeg aan mij of ik haar dusdanig kon knijpen om te laten voelen hoeveel pijn het deed. Ik gaf haar een kneepje van niks, om het niveau van pijn aan te geven. We moesten een nummertje trekken, nog zes wachtenden voor ons, en ze was aan de beurt. Een aardige vrouw vertelde haar wat er ging gebeuren, Tammar vroeg hoeveel prikken ze kreeg, en dat was er gelukkig maar één. Tijdens het prikje hield ze haar ogen dicht, en de vijf of zes buisjes bloed waren in een mum van tijd gevuld. Toen de spuit er al uit was, vroeg de mevrouw of Tammar het watje even vast wilde houden, en ineens reageerde ze niet meer en kieperde achterover. Weg was ze. Ik schrok me een hoedje, want die zag ik niet aankomen. Binnen een paar seconden was ze weer bij, en nam ik mijn allerliefste liefie -zo noem ik haar vaak- weer mee in de auto naar huis.

Ze heeft er weer een medicijn bij, deze week moet ze nog thuisblijven, daarna heeft ze vakantie en over een week is ze weer de oude, volgens de huisarts. Moeten we nog wel even bellen voor de uitlslag natuurlijk. Pfeiffer, kinkhoest, dat soort onheilspellende dingen hoorde ik hem zeggen. Ik kinkhoest zelf ook nog even door. Ik kreeg laatst midden in de nacht geen lucht en moest even wachten voor ik kon inademen. Waardoor weet ik niet precies. Met een onheilspellend geluid zoog ik ineens mijn longen halfvol, want vol lukte haast niet, en dat was al genoeg om mevrouw Mack rechtop in haar bed te doen zitten. Daarna hoestte ik me weer leeg, en toen ik uit de hoestbui was, ging ik uitgeput weer liggen. Kinkhoest, hoe verzint hij het!