Vakantiestress

Ik hoorde op de radio een interessante discussie over vakantiestress. Een hoogleraar emotionele nogwat, een psycholoog en onze vertrouwde professor Erik Scherder waren met elkaar in debat over wat er gebeurde met mensen als ze op vakantie waren. De bedoeling was eigenlijk dat ze het niet zo met elkaar eens waren, maar dat waren ze eigenlijk wel. De conclusie was dat op vakantie gaan stress oplevert.

Het grootste probleem daarbij was das als je naar een onbekende bestemming gaat, en je je voorbereidt, je weet wat er daar allemaal is te doen en je die dingen dus ook moet doen anders kijkt het thuisfront toch een beetje raar op. Stel je gaat naar New York en je bezoekt niet het vrijheidsbeeld. Of je gaat naar Australië, en je hebt niet gesnorkeld bij “the great barrier reef.” Je bent in Peru en je hebt Machu Picchu niet op de foto, dat kan toch niet?

Die mensen die bij De Vakantieman niet op de kaart kunnen aanwijzen waar ze zijn, hebben daar geen last van. Ze worden wel uitgelachen door ons soort mensen, maar hun vakantiestress is toch stukken lager. Volgens Eric Scherder moest je ook gewoon doorwerken in je vakantie.

Dat gaat me natuurlijk veel te ver. Vroeger had ik nog interessant werk, toen zou ik me daar iets meer bij kunnen voorstellen. Nu moet ik daar niet aan denken, hoewel mijn Franse leerboeken wel gewoon meegaan, want dat vind ik wel interessant. En verder beperk ik mijn vakantiestress door naar een bekend land te gaan, waar ik de taal begrijp, ik ga met de auto want daar begint het grote genieten, waar het mooi weer is en waar de omgeving mooi is. De Dordogne, deze keer. Mijn collega’s probeerden mijn vakantiestress al te vermeerderen door op te merken dat het een prachtige wijnstreek is. Nu moet ik op zoek naar de beste wijnen uit het gebied, een foto maken van de fles en die op FB plaatsen. En ik hou niet eens van wijn! Ja, wel van rode wijn, maar wat interesseert het mij nu waar die vandaan komt? De druk die alweer op mij ligt! Aargh!

Cheers

Afgezien van het feit dat je je leven niet onder controle kunt hebben, heb ik een periode meegemaakt waarin ik dat niet had. Ik heb het over mijn Havo tijd, 1985-1987. Het was een achtbaan waar ik niet in durfde, maar toch terecht gekomen was. Ik werd geconfronteerd met angsten die niet weggingen, die ik alleen met veel inspanning en hulp doorstond, en die me doodmoe maakten.

In deze hectische tijden waren er twee rustpuntjes. Het weekend en dinsdagavond, als Cheers werd uitgezonden door de NCRV. Dan liet ik mij meevoeren door de begintune die het eigenlijk allemaal samenvatte en de ellende even liet verdwijnen. Ik keek vanuit mijn bed en viel na afloop snel in slaap. Nog maar drie dagen tot aan het weekend.

Beukenoot

Nu zat ik gisteren bij de eindmusical van groep 8, mijn zoontje speelde mee als Barry Badjas, een gladjakker eerste klas, en ineens zag ik de basis die gelegd is op deze school. Ze stonden er met z’n allen op dat podium en niemand viel uit de toon. Het was een eenheid die er stond op te treden, inclusief de van de zijlijn coachende meester. Ik had het me lang niet gerealiseerd, maar hij is nu van de basisschool af. Hier zijn belangrijke dingen gebeurd die in zijn herinnering opgeslagen zullen worden.

Hij gaat naar een middelbare school waar veel van zijn klasgenoten heen gaan. De meester noemde bij elk kind de naam van de school waar het kind heen ging. Twee gingen er in hun eentje naar een nieuwe school. Eentje ging ver weg naar Arnhem om daar de dansacademie te kunnen volgen, en de ander ging in zijn eentje naar een school die een dorp verder ligt dan waar Hans heengaat. Ik heb geen idee waarom, maar ik vind het een beetje triest. Ik zie hem al half voor me, vijftien kilometer fietsend in zijn eentje, die eerste dagen. Ik hoop dat Hans later nog vrienden heeft van nu, iets dat ik door een verhuizing op mijn 13e mis. Ik werd weggerukt uit en gelukkige omgeving, en ik had het op dat moment niet door. Ik dacht dat het normaal was, en dat het gewoon verder zou gaan. En dat ging het ook, maar toch ook niet. Ik kwam op een vreemde school, waar ze een vreemd taaltje spraken, en waar ze zo gesloten waren als de bossen van de Veluwe. Ik veranderde, werd stiller, ingetogener, verlegener. En er gingen meer dingen mis, zoals mijn puberteit die laat op gang kwam, het verlies van mijn vader, en mijn talent tot mezelf terugtrekken groeide.

Ik merk het verschil in het Facebooktijdperk weer. Ik heb veel contacten van basisschool en de brugklas uit Brabant, en geen enkel contact van de middelbare scholen uit Vaassen en Apeldoorn. Mijn beste vriendje van vroeger, ik heb hem 35 jaar niet gezien, sprak mij vorige week op een avond aan omdat zijn vrouw bij hem wegging en vertelde mij het hoe en waarom. Kennelijk zitten er diepe banden in het verleden.

Ik weet nog dat ik twee rollen had op mijn eigen eindmusical. Ik was een minister in een pak en ik was en een conciërge met een stofjas. Ik weet nog de tekst van mijn rol als conciërge- het was maar één zinnetje- terwijl veel mensen zich niet eens kunnen herinneren of ze wel een eindmusical gespeeld hebben. Het is toch triest dat ik dat nog weet. Het heeft niet te maken met een goed geheugen, maar met het lang zijn blijven hangen in het verleden. Al zijn uw problemen nog zo groot, geen probleem voor Beukenoot.

De overschatte vrije meningsuiting.

Als er één recht is dat zwaar wordt overschat, is het wel het recht op vrije meningsuiting. Ik moet echt goed nadenken of ik er wel eens gebruik van heb gemaakt. Meestal is mijn mening toch een aaneenschakeling van feiten waarvan sommige geleerden denken dat ze kloppen. Dus om dat nu een mening te noemen…

Een mening heb je pas als je tegen onomstotelijke feiten ingaat. Zoals Trump, die heeft een hele sterke eigen mening. Maar wat ik veel belangrijker vind dan het recht op vrije meningsuiting is het recht om te liegen. Dat heb ik veel vaker nodig. Elke maandagochtend bijvoorbeeld. “Hoi, hoe was je weekend?” Het juiste antwoord daarop zou zijn: “Pleur op en laat me met rust.” Maar het mooie aan dit vrije land is dat ik gewoon zeg: “ja leuk, niks bijzonders gedaan hoor, gewoon thuis geweest.” Ik vraag bewust niet naar het weekend van een ander want ik hoef echt niet te horen dat ze vele leukere dingen hebben gedaan dan ik, en zeker niet op maandag. Ik moet er niet aan denken om in een dictatuur te wonen. Dat ze je vragen hoe je weekend was, en je moet zeggen: “Pleur op en laat me met rust!” Niemand zou me meer aardig vinden. In deze nepmaatschappij vinden ze me allemaal aardig omdat ik tegen ze mag liegen.

Als de bel gaat ’s avonds als ik op de bank hang. Tring! Als ik eerlijk was, haalde ik de trekker van een Magnum 44 over op dat moment, maar ik ben blij dat ik gewoon naar de deur kan lopen en kan zeggen: “Nou, daar heb ik niet zo’n interesse in”. Of: “Natuurlijk koop ik dat schilderij van je! Driehonderd euro maar,da’s geen geld! Is dat met of zonder lijst? Oh zonder, nee, geen probleem!”

Ik bedoel maar, het recht om niet de waarheid te hoeven vertellen is vele malen belangrijker dan het recht op vrije meningsuiting. Ik wens u allen een heerlijke nachtrust toe.

Denkend aan Holland

Er kan weer iets van mijn bucketlist af. Niet omdat ik het voltooid heb, ik heb zelfs geen bucketlist, maar er is één ding dat ik altijd nog een keer had willen doen: het overzwemmen van een van de grote rivieren. Rijn, Waal, Maas, Lek, IJssel, Merwede, of hoe ze ook mogen heten. Ik ben overigens van mening dat de Waal en de Maas de enige rivieren in Nederland zijn, waarbij aangetekend moet worden dat de Waal eigenlijk de Rijn is, dat Rijn in Nederland slechts drie kilometer lang is, en dat de Maas nimmer Rotterdam bereikt, een staaltje geografische oplichting van heb ik jou daar. En alle overige rivieren ontspringen uit de Maas en de Rijn die om onverklaarbare reden Waal wordt genoemd. Maar dit terzijde.

Het schijnt verboden en tevens levensgevaarlijk te zijn om een rivier over te zwemmen. In zee heb je vaak hetzelfde, met een afgezet stukje van 100 meter waar je onder toezicht mag zwemmen. Ik ben natuurlijk een verstandige man. Dus ik ga niet buiten dat stuk. Maar iets in mij schreeuwt dat ik erbuiten moet. En dat ik die rivier over moet zwemmen. Ik geloof niet in stroming. Nou ja, wel een beetje natuurlijk, maar niet in stromingen die je niet kunt zien. (een bosbrand verspreidde zich ondergronds, zeiden ze gisteren op het journaal) En wat dan nog, dan kom je niet helemaal uit op het punt waar je naar toe wilde, big deal.

Maar het argument van de boten die je niet kunnen zien vond ik wel valide. En dat ze niet kunnen remmen en je slecht weg kunt komen neem ik ook voor waar aan. En mijn kinderen mogen zeker niet deze regels in acht slaan. Ik wel natuurlijk, want ik ben supereigenwijs. Ik denk dat als er 100 mensen de Waal overzwemmen, er 97 de overkant bereiken, twee teruggaan, en één verdrinkt.

Het zal te maken hebben met een jeugdboek dat ik tien keer gelezen heb, het lied van de zeilschippers, daarin zwommen ze altijd de rivieren over. Mijn ouders zwommen in de Vecht, mijn vader moest in dienst de IJssel over met een man op zijn nek, maar tegenwoordig kunnen we helemaal niks meer. Is het de rubbertegelmaatschappij of zullen we dit maar heel serieus nemen? Dat laatste he?

Vaderdag

Gisteren schreef ik weer eens een logje dat ik daarna volledig uitgumde. Ook de contouren zijn niet bewaard gebleven. Ik voelde mij wat bezwaard om het te plaatsen, omdat ik leed aan het vergelijken was. En dus schreef ik maar een logje over het motorweekend (autodoordeweeks). En toen zei mevrouw Mack: “ik word een beetje moe van al die overleden vaders op Facebook op vaderdag. Da’s toch gewoon aandachttrekkerij? Ik heb er nu al vier voorbij zien komen.”

En precies daar ging mijn logje over. Elke vaderdag komen ze weer voorbij, de vaders die jammer genoeg overleden zijn. Maar het is alleen maar een foto en een ik mis je. Vader leest dat nooit meer. Ik schreef zelf ook veel over mijn vader, en kennelijk heeft het geholpen want ik schrijf niet vaak meer over hem. Ik mis hem niet meer elke dag. Hij is er al heel lang niet meer, en ook daar ben ik aan gewend geraakt. Hij is veel te vroeg overleden, maar zijn dood heeft mij gemaakt zoals ik nu ben. Ik ben nu zelf vader, en ik voel zijn genen in mij. Ik neem zijn goede kanten mee, en zijn mindere kanten laat ik voor wat ze zijn.

Maar mijn schrijven verwoordde mijn gevoel, mijn verdriet, en het hielp bij de verwerking. Hij was pas veertig, ik vijftien, en dan was ik nog de oudste thuis. En daar zit hem de kruks, ik vind veertig erger dan zeventig. Waarmee ik absoluut niet wil zeggen dat zeventig een mooie leeftijd is, maar het heeft als het goed is niet een verwoestend gat geslagen, als een ouder overlijdt op zeventigjarige leeftijd. Maar misschien ook wel. Ik kan emoties slecht inschatten. Of misschien juist wel goed. Maar Facebook zou voor mij niet de plek zijn om te herdenken. Heb er al moeite mee dat bekenden me wel eens vragen naar mijn weblog. Liefst was ik anomiem. Maar ja, dat is buiten mijn schuld mislukt.

Motorweekend

Na jaren van afwezigheid ben ik aankomende week weer van de partij tijdens een motorweekend. Het motorweekend zal plaatsvinden van dinsdag tot en met donderdag en ik zal met de auto gaan. Waarom het een motorweekend heet, heeft te maken met de historie, toen er nog motoren meegingen en het in het weekend viel.

Ik geef toe dat het een beetje raar is. Vijf jaar geleden had ik nog een Alfa Romeo die je hoog in de toeren kon jagen, scherp stuurde en schakelde, en een prachtig geluid in zijn vooronder had. Dit jaar ga ik mee met een diesel. Hij schakelt wat hakerig, maar hij heeft wel een berg vermogen, en vierwielbesturing.

We gaan naar Duitsland, vroeger beschouwde ik het als aartsvijand nummer 1, nu ben ik iets losser, maar nog steeds op mijn hoede voor een eventuele inval. De initiator van dit hoegenaamde motorweekend wil liever niet naar België of Frankrijk, ik zoek nog naar de reden. Ik vermoed dat die op het culinaire vlak ligt, en daar is natuurlijk wat voor te zeggen. Belgen en Fransen vreten allerlei gore zooi, Duitsers vooral vette zooi.

Ik heb voor vaderdag twee nieuwe CD’s gekregen, die ik wat harder zet zodat ik de nagelende diesel niet hoor. En verder ga ik fijn een stukje rijden.