Kater

Toen ik naar bed ging had ik het kunnen weten, maar toen ik wakker werd wist ik het, ik had een kater. Een ouder-kind tournooitje bij voetbal, waarin ik tegen mijn dochter moest, zij wonnen, ik scoorde tegen m’n keepstertje, en daarna waren het koude tapbiertjes de rest van de avond. Geen enkele keer bij nagedacht dat je af en toe een glas water moet drinken tussendoor, want er lijkt niets mis te gaan.

Toen ik mijn tong niet meer helemaal onder controle had bij het praten was het me duidelijk, ik had teveel op. En toen gingen er nog een paar in. Op de fiets naar huis fietste ik voorop en de rest van het gezin achter mij. Vooral mijn dochter was bezorgd en maande iedereen om te stoppen met tegen mij te praten omdat ik op de weg moest letten. Verstandig kind, ik heb het altijd al gezegd. Ik zwabberde een beetje, raakte met mijn trapper een stoeprand, miste een afslag en reed tegen onze poort aan. Daarna viel ik van mijn fiets.

Ik ben naar boven gegaan, heb me uitgekleed en ben in bed gaan liggen. Niet gedouched, geen tanden gepoetst, gewoon bam, stinkend je bed in. En toen ik wakker werd wist ik het. Ik had een kater. En een bloeddoorlopen oog. Maar ik ben er weer.

Losse flodders

Het spannende avontuur is ten einde. De gevonden munitie is zojuist afgeleverd bij en in beslag genomen door de politie. Laat ik vooropstellen dat ik vind dat de politie prima werk levert. Zo nu en dan. Maar ik weet nog vroeger dat ze recruteerden met de kreet: ‘als je mond je sterkste wapen is’.

Communicatie is in elk geval niet hun sterkste wapen. Dat gaat gewoon geen enkele keer goed. Ik zocht het nummer van de politie Epe op hun site en belde het. Ik legde uit dat we munitie hadden gevonden, dat ik in Vaassen woonde, en mij werd verteld dat ik nu met Utrecht belde en dat ik dus verkeerd zat. Ik sputterde tegen dat ik gewoon het nummer van Epe belde, maar mevrouw was onvermurwbaar en herhaalde: “ja, verkeerd, maar geeft niks, ik verbind u wel even door”. Dan ben ik natuurlijk al geirriteerd want mij wordt een fout in de schoenen geschoven die ik niet gemaakt heb.

Ik krijg de volgende aan de lijn. Ik vertel wie ik ben en waar ik woon, en of ik nu goed zit. Ja, ik zat goed. “Mooi, wij waren afgelopen weekend in Drenthe en zus en zo”…”Moment, ik verbind u even door met de politie Drenthe”. Voordat de man dat kon doen floot ik hem terug en zei dat ik niet de politie Drenthe wilde hebben, maar dat ik wilde weten wat ik met de vondst moest doen. Nou, dat wist de man ook niet, maar hij zou me laten terugbellen.

De volgende dag werd ik teruggebeld door een mevrouw en ik legde uit dat ik een kogelriem had gevonden. Of er nog kogels inzaten, vroeg ze. Daar was mijn ergernis weer. Ten eerste zou ik een lege kogelriem niet herkennen of melden en ten tweede had ik dat al twee keer verteld. Ik legde uit dat het losse flodders waren, maar nog niet afgeschoten -dat had ik inmiddels achterhaald- en dat die gevaarlijk waren. “Ja, dat weet ik niet, ik heb er helemaal geen verstand van”, zei de agente. Maar of ik dan langs kon komen op het bureau, en dat er dan eventuele inbeslagname zou volgen. Maar, daar werd wel de nadruk op gelegd, ik moest niet om vijf voor vijf komen, want om vijf uur sloten ze. Dus ik moest vroeg uit mijn werk vertrekken, zodat een dienstdoende agent niet tien minuten hoefde over te werken. Ergernis, ergernis.

Vandaag meldde ik mij met Hans op het politiebureau, om een uur of kwart over vier, en de dienstdoende agente wist nergens van. Ze was wel vriendelijk, dat moet erbij gezegd worden. Of ik een afspraak had gemaakt. “Nee”, legde ik uit, “ik ben gebeld met het verzoek of ik langs kon komen op het bureau”. Ze bekeek de kogels en ik zei dat het waarschijnlijk ongebruikte losse flodders waren. “Ja, dat weet ik niet, ik heb er helemaal geen verstand van”, zei ze. Ergernis, ergernis. Je bent potverdorie politie, je draagt een wapen, dan weet je toch wel hoe gebruikte en ongebruikte kogels eruit zien?

Ze liep naar achter en daar hoorde ik een gesprek met een hardpratende agent die wel gelijk zei, “het zijn losse flodders van het leger en die moeten in beslag worden genomen”. De agente kwam de boodschap overbrengen en vroeg bezorgd of ze ons wel verteld hadden dat in beslagname moest gebeuren?

Pff, het zijn hartstikke aardige mensen hoor, die agenten. En dat ze slecht communiceren, oké, oké, het zal wel, dat ze weinig verstand van kogels hebben vind ik opmerkelijk, maar dat ze zich godsamme drukker maken dat er niet overgewerkt moet worden dan dat ze mij gelijk instrueren hoe om te gaan met niet afgeschoten losse flodders, dat tekent voor mij toch wel een beetje de staat van het land. Kansloos als we aangevallen worden.

De sterke arm

We zijn weer thuis, ik had de afstand Schubbekutteveen-Vaassen afgelegd in een half uur minder dan de navigatie van te voren aangaf, en dat is fijn. Ik hou ervan om het ongelijk van Koos Spee aan te tonen met zijn slappe verhalen dat hard rijden je geen enkele tijdswinst oplevert. En zo hard ben ik helemaal niet gegaan, want mijn vrouw zat naast me en die haat het als ik hard ga. Ik neem dan ook altijd een auto waarbij het dashboard naar mij toegedraaid is zodat ze niet op de meters kan kijken.

Hans heeft tijdens het zwemmen in het kanaal een kogelriem gevonden. Of het losse flodders zijn of scherpe munitie weet ik niet. Volgens mij zijn ze afgevuurd, maar volgens mijn buurman niet, en die heeft in militaire dienst gezeten. Ik denk dat ik morgen toch maar even de politie bel, hoewel ik nu al bang ben als nukubu (politiejargon voor nutteloze kutburger,red.) toegesproken te worden. Ik haat dat.

Als ze dit logje lezen, kunnen ze me gelijk inrekenen voor te snel rijden en voor het illegaal vervoeren van munitie in plaats van achter de crimineel aan te gaan die zijn munitie gedumpt heeft. U hoort, ik heb geen hoge pet op van de politie. Sinds ze VW’s rijden, hebben ze ook dat betweterige toontje dat ik verafschuw. (weet u wel hoe wij dit soort auto’s noemen? Boomklevertjes!) Alsof mij het iets kon schelen hoe zij een auto noemen. Vroeger toen ze nog Porsches en snorren hadden, spraken ze de burger tenminste nog in meervoud aan. Waarom hebben wij zo’n haast, meneer? Kijk, dat was pas de sterke arm der wet.

Old Shatterhand

Weinig dingen zo mooi als je eigen vuurtje stoken. Ik ben er nu achter dat ik ook een houtkachel in mijn tuin wil. Of een vuurkorf, of hoe zoiets ook heet. Mijn vrouw deed de kachel gisteren aan met aanmaakblokjes. Typisch vrouwelijk. Snel resultaat willen zien en het ambacht van het vuur maken uit het oog verliezen. Aanmaakblokjes, pfff.

Hoewel ik geen ervaren vuurmaker ben, zit het wel in de man en weet ik precies hoe het moet. Vroeger als kind deed ik het wel eens, maar dat was broddelwerk, met krantenpapier. Hier zette ik wat dunne twijgjes tegen elkaar in de vorm van een wigwam, een dikkere tak in het midden, en wat gedroogd hooi bij de hand. Twee stokjes tegen elkaar aan wrijven net zo lang tot ze beginnen te roken, en dan het hooi erbij, en blazen. Als het heet genoeg is, vat het vlam. Het vlammende hooi in de houtkachel en hoppa, daar is uw vuur.

Nou ja, dat is de theorie. Maar aanmaakblokjes heb ik niet gebruikt. Een aansteker dan, vooruit. Maar ik heb dan nu ook een heerlijk, knappend mannelijk vuurtje. Op de achtergrond wat zachtjes briesende paarden. Hun hoefgetrappel is het enige geluid. Ik waan mij Old Shatterhand in Drenthe.

Het buitengebied

Wij zitten weer een paar dagen in Drenthe. Een huis in het buitengebied, met paarden, kippen en een poes die verzorgd moeten worden. In ruil daarvoor zitten wij nu buiten in het launchgedeelte, houtkachel aan, te genieten van de stilte. Een paar merels fluiten de dag uit, nog en half uurtje en het zal hier aardedonker zijn, en kunnen we de sterren zien zoals je ze zelden ziet.

Zwaluwen vliegen hier af en aan de paardenstal in, de hond, die geheel toevallig net zo heet als de eigenaresse van dit huis, bemoeit zich overal tegenaan, en de kippen gaan hun eigen gang. Daar hoef je weinig aan te doen en ik heb al gevonden waar ze hun eieren leggen, dus die zullen we morgenochtend maar eens proberen.

Sommige mensen wonen hier voor hun lol. Het hele jaar lang. We hebben hier ook al wel eens in de winter gezeten. Ook dan is het hier prachtig. En toch weet ik het niet, of ik hier het hele jaar zou kunnen wonen. Boodschappen doen is vijf kilometer verderop. Er komen per dag 10 auto’s door de straat. Als je hier geboren bent, weet je niet beter. Maar dat ben ik niet. Ik vrees toch dat dit soort vakanties voor mij een uitzondering moet blijven. Dat mijn waardering dan het grootst blijft.

Na gedane arbeid

bloemen

Het was een zomaar een zondag, maar wel een die dicht tegen perfectie aanzat. Ik was niet te laat naar bed gegaan, en werd fit wakker om een uur of negen. Ik deed veel, zonder echt moe te worden. Zo heb ik de boormachine moeten hanteren en hangt de tuin nu vol bloemen en heb ik nieuwe tuinposters opgehangen omdat de oude nogal verschoten waren. Ik heb de barbecue schoongemaakt, met vijl en ontvetter, ik heb mijn auto gewassen en gestofzuigd, ben twee keer met de hond naar het bos geweest, en al die tijd scheen de zon.

Na gedane arbeid is het goed rusten. Niet zomaar een spreekwoord, er zit zeker waarheid in. Dan moet het natuurlijk wel over arbeid gaan die je voor jezelf verricht en niet voor een baas, maar dan kun je ook tevreden kijken naar je opgeknapte tuin, je schone auto, het glimmende rooster van de barbecue, of zelfs de tevreden op een tuinstoel liggende hond.

Oud

Nu ik wat ouder ben (47, red.) heb ik ook wat blijvende lichamelijke schade opgelopen. Mijn haar ging er als eerste aan. Ik was 27 en verdorie, daar ging mijn kans om een knappe oude man te worden al in rook op. En het lijkt wel of het de voorzienigheid was die me in de steek liet, want net toen ik het nodig had, verdween het. En toen ik het niet meer nodig had, bleef het zitten. Dus ik loop met een uitgedund bosje rond, al vanaf mijn 27e.

Net toen ik er aan gewend was en de hoop kreeg dat het niet erger zou worden, hoorde ik iemand zeggen: jij wordt ook al grijs! Klap op klap heb ik te verduren gekregen. En grijs kan wel mooi staan, zie George Clooney, maar niet als je ook al kaal bent.

Ik begon voor het eerst gaatjes te krijgen, ik was verdorie al veertig geweest! En nu begeven mijn arendsogen het. Lezen uit een boek doe ik al met een leesbril, de rest gaat nog wel zonder. Ik heb na twee hernia’s een kramp in mijn linkerbeen overgehouden, die er op momenten dat het niet uitkomt, inschiet.

Ik maak van binnen geluiden. Als ik lig hoor ik mijn vrouw soms lachen om mijn geluiden. Ik kan ze niet wegkrijgen, behalve door op mijn andere zij te gaan liggen, dan gaat het weg. Iets met lucht. Plassen. Laten we het daar niet over hebben, maar alleen als ik flink bier heb gezopen kletter ik nog keihard tegen het porselein. Verder wordt het genant en moet ik er minimaal één keer uit ’s nachts.

En dan zegt de leuke kapster altijd tegen me dat ze me helemaal niet oud vindt. En dat helpt echt! Ik voel me dan weer groeien en denk dat ik nog heel wat klaarspeel. Totdat ik in bed lig en de lucht in mij weer rare geluiden begint te maken en mij eraan herinnert dat de kapster geen gelijk heeft. En dat ik me vooral niks in mijn hoofd moet halen, anders gaan er nog veel meer genante klachten optreden.